Alternatieven

Naast onderzoek in het belang van de volksgezondheid, is het tweede speerpunt van het BPRC de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven. Als leidraad hiervoor dienen de drie V's van Verfijning, Vermindering en Vervanging. Binnen het BPRC wordt hier op verschillende niveau's aan gewerkt. Alle onderzoeksafdelingen hebben minimaal één promovendus aangesteld die werkt aan Alternatieven (voor resultaten zie het Proefdierkundig Jaarverslag 2015). Daarnaast wordt er binnen een aparte Unit Alternatieven gewerkt aan de ontwikkeling van Alternatieven voor dierproeven.

BPRC Alternatieven - In vitro

Celkweken

Een voor de hand liggend maar niet altijd gemakkelijk realiseerbaar alternatief voor dierproeven is het gebruik van cellijnen of primaire celkweken. Cellijnen zijn in principe onsterfelijk en vaak afkomstig van tumormateriaal, maar vaak ook afwijkend van normale cellen en daardoor slechts geschikt voor sommig onderzoek. Primaire celkweken zijn beperkter houdbaar en dienen vaker opnieuw gestart te worden, maar geven een veel betrouwbaarder beeld van de normale situatie. Niet alle celtypen zijn echter makkelijk te kweken, en met name cellen uit het brein zijn moelijk in kweek te brengen en te bestuderen. Binnen de Unit Alternatieven zijn ondertussen een grote hoeveelheid primaire celkweek methoden opgezet en gekarakteriseerd. Deze methoden stellen onderzoekers in staat om dingen uit te testen op relevante cellen in een kweeksysteem, voordat er een dierproef gedaan wordt. Zo een pre in vivo test fase leidt tot een aanzienlijke vermindering van het aantal dierproeven. Belangrijk is dat de primaire kweken altijd opgezet worden uit 'restmateriaal' van dieren die bijv. vanwege andere experimenten geëuthanaseerd werden. Het einde van het ene experiment betekent zo het begin van een ander experiment.

Adjuvant ontwikkeling

Een andere doelstelling is het verfijnen van het gebruik van adjuvantia. Adjuvantia zijn formuleringen die leiden tot non-specifieke activatie van het immuunsysteem. Binnen het proefdieronderzoek worden adjuvantia veel gebruikt om immuunreacties op te wekken tegen ziekteverwekkende bacteriën en virussen (zoals in vaccinatiestudies) of om immuunreacties op te wekken tegen het eigen lichaam (zoals in modellen voor menselijke auto-immuunziektes als multipele sclerose en rheumatoide arthritis). Helaas gaat het gebruik van adjuvantia vaak gepaard met bijverschijnselen zoals ontstekingen van de huid op en rondom de immunisatieplekken. Binnen het BPRC is er een onderzoekslijn gestart met als doel om nieuwe adjuvantia te ontwikkelen die geen bijwerkingen meer hebben. Daarvoor werden proefdiervrije technieken ontwikkeld die nu ten volle worden benut.

Communicatie, transparantie en debat

Ter verhoging van de transparantie en in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen publiceert het BPRC sinds 2007 jaarlijks een proefdierkundig jaarverslag (te vinden bij het Nieuws). Naast activiteiten binnen het BPRC die gericht zijn op dierenwelzijn, zijn BPRC werknemers ook actief betrokken in nationale (verschaffen van informatie aan en namens de Stichting Informatie Dierproeven) en internationale initiatieven (Expert working group 'Non-human primates in monoclonal antibody studies' georganiseerd door het UK national centre for 3Rs) om het gebruik van alternatieven te stimuleren. Een 'open access' manuscript geschreven door de werkgroepleden met aanbevelingen omtrent het toepassen van de 3Vs in primaten onderzoek is in 2009 verschenen en heeft bijgedragen aan de acceptatie van veranderingen in de Europese regelgeving.