Acute immuunresponsen in het brein verlopen anders dan in het bloed

30 september 2016

BPRC - 1. Acute immuunresponsen in het brein verlopen anders dan in het bloed

Microglia, afweercellen in het brein, lijken zich aangepast te hebben aan hun kwetsbare leefomgeving. Ze reageren minder destructief op gevaar dan hun soortgenoten in andere organen.

Microglia zijn een van de soorten afweercellen van het centraal zenuwstelsel (CZS). Ze zijn betrokken bij vrijwel alle aandoeningen en ziektes van het CZS. In het bloed komt een soortgelijk type cellen ook voor. Tijdens ziektes zoals multiple sclerosis kunnen beide typen cellen in het CZS worden aangetroffen, waar ze mogelijk verschillende rollen vervullen. BPRC onderzoekers hebben daarom een aantal eigenschappen van deze beide typen cellen onderzocht en met elkaar vergeleken.

De onderzoekers isoleerden beide typen cellen (microglia en macrofagen) uit resusapen die geëuthanaseerd werden om andere redenen. In een kweeksysteem vergeleken ze vervolgens hoe deze cellen reageerden op blootstelling aan ATP. Hoge concentraties ATP komen vrij als een cel beschadigd raakt, wat een signaal voor ‘gevaar’ is voor de omliggende (immuun)cellen. Zowel microglia als macrofagen beschikken over specifieke receptoren waarmee ze ATP kunnen detecteren waarna ze  een stof uitscheiden, IL-1β genaamd. Deze stof kan vervolgens andere afweercellen aantrekken en activeren.

De uitscheiding van IL-1β na blootstelling aan ATP door microglia was veel lager dan door macrofagen. De onderzoekers toonden aan dat dit mogelijk een gevolg is van een beperktere hoeveelheid receptoren op het oppervlak van microglia. Dit zou een aanpassing van microglia kunnen zijn aan hun omgeving, want microglia worden in hun natuurlijke omgeving al veel blootgesteld aan ATP, omdat deze stof ook belangrijk is voor de signalering tussen verschillende zenuwcellen.

Dit werk is beschreven in het wetenschappelijke tijdschrift Glia (http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/glia.23059/abstract;jsessionid=21D4435E5F2080D44AEC40F7E73DB60B.f01t02). De opgedane kennis kan een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van toekomstige therapieën die specifiek microglia of macrofagen kunnen remmen of stimuleren. Voor verschillende neurologische aandoeningen is er grote behoefte aan dergelijke medicijnen.