Nieuw onderzoekscentrum in Parijs

6 juli 2018

BPRC - 1. Nieuw onderzoekscentrum in Parijs

Eind juni vond in Parijs een congres plaats over het werken met apenmodellen voor biomedisch onderzoek. De Franse minister Frédérique Vidal opende de dag voor die bijeenkomst het Franse onderzoekscentrum IDMIT (het instituut dat dit congres organiseert). Een Europese mijlpaal in de samenwerking tussen biomedische onderzoeksinstituten.

“IDMIT richt zich met primatenmodellen volledig op onderzoek naar ernstige infectieziekten”, vertelt Jan Langermans (adjunct-directeur BPRC), die in Parijs aanwezig was als voorzitter van de wetenschappelijk adviesraad van IDMIT. “Met als grote verschil met ons werk is dat ze bij dit nieuwe instituut niet zelf apen fokken, maar inkopen vanuit erkende centra buiten Europa, voornamelijk in Mauritius.”

Meer capaciteit voor onderzoek
Deze nieuwe organisatie is ook opgericht om het werken met apenmodellen in Frankrijk meer te centraliseren. Belangrijke partners daarbij zijn onder meer de universiteit Paris-Saclay (voorheen Paris-Sud) en Institut Pasteur. Jan legt uit waarom de komst van dit nieuwe onderzoekscentrum, dat op dit moment al zo’n 250 apen huisvest, zo belangrijk is. “De opening van dit nieuwe instituut bevestigt de toenemende behoefte aan apenmodellen bij het onderzoek naar belangrijke infecties. Met elkaar hebben we meer capaciteit om binnen Europa het belangrijke werk te verzetten dat nodig is in de strijd tegen infectieziekten. Door dit soort samenwerkingen weet je bovendien nog beter wat er speelt en voorkom je dat dingen mogelijk dubbel gebeuren.”


Nieuwste technieken onder de loep
Op het congres ‘One Health & Infectious Diseases Symposium’ kwamen vooral biomedische onderzoekers, biologen, arts-onderzoekers en chemici af. Jan Langermans gaf hier acte de présence als medevoorzitter van de tweede middagsessie. Hij kijkt terug op een geslaagd en gevarieerd evenement, gericht op het verbinden van medische en veterinaire experts. “Interessant waren niet alleen de voorlopige resultaten op het gebied van infectieziektes als hiv, influenza en zika, maar zeker ook de nieuwste technieken. Bijvoorbeeld om de vroege afweer na injecteren heel snel en gedetailleerd in kaart te brengen. Zo leer je dus veel sneller over het verloop van een infectie en de vroege uitingen daarvan. Ook nieuw voor mij was de inzet van nieuwe nanotechnologie om, in dit geval, antibiotica naar een gerichte plek te leiden. We houden de ontwikkeling van dit soort nieuwe technieken goed in de gaten, zodat we in de toekomst nog meer uit onze studies kunnen halen, met nog minder dieren.”