De Dierexperimentencommissie

De CCD vraagt advies van een erkende DEC. Met grote zorgvuldigheid beoordeelt de DEC de wetenschappelijke waarde van het onderzoek en het belang dat het onderzoek voor de mens kan hebben en de ethische rechtvaardiging van het gebruik van dieren.

Om tot een deskundig en evenwichtig oordeel te komen, heeft de DEC de beschikking over deskundigen op het gebied van de wetenschappelijke achtergrond van betreffende dierproef, en op de gebieden van het ontwerp van dierproeven, alternatieven voor dierproeven, dierenbescherming en -welzijn en toegepaste (bio-)ethiek. De DEC-BPRC wordt gevormd door 8 leden, waarvan 2 interne leden en 6 onafhankelijke leden (inclusief de voorzitter) die geen dienstbetrekking hebben bij het BPRC. De verantwoordelijke voor het toezicht op het welzijn en de verzorging van dieren in de inrichting, zoals bedoeld in art 13f, 3e lid, onderdeel a van de wet is als adviseur betrokken bij de opstelling van het advies.

De DEC weegt de belangen van de mens af tegen de belangen van het dier. Als het belang van een onderzoek niet opweegt tegen het ongerief dat het onderzoek bij de dieren zal veroorzaken, wordt het onderzoek afgewezen (zelfs wanneer de wetenschappelijke kwaliteit hoog is).

De DEC-BPRC is erkend door de CCD.