Vragen over Dierenwelzijn

Hoe worden de dieren gehuisvest?

De laatste drie jaar heeft een complete vernieuwing van de dierenverblijven plaatsgevonden met als resultaat dat bijna alle BPRC apen nu in een ruime, moderne, sociale leefomgeving gehuisvest zijn.

Hoe wordt het onderzoek bij het BPRC gecontroleerd?

Alleen gekwalificeerde mensen met de juiste specialisatie kunnen onderzoek op het BPRC verrichten. De wetenschapper verantwoordelijk voor een onderzoek zal het onderzoeksvoorstel zorgvuldig evalueren en verfijnen voor hij dit indient bij de dierexperimenten commissie (DEC), die het voorstel onafhankelijk zal beoordelen. Zo nodig zal de DEC verbeteringen voorstellen. De DEC zal vervolgens een beslissing nemen of het onderzoek mag plaatsvinden en de directeur van het BPRC hun advies meedelen. Alleen bij een positief advies kan de studie doorgang vinden. De kwaliteit van de onderzoeksprogramma's wordt gegarandeerd door middel van toezicht door een wetenschappelijke adviesraad (die bestaat uit ervaren onderzoekers van vooraanstaande Nederlandse universiteiten), door middel van collegiaal getoetste publicaties (een proces waarmee onderzoeksresultaten onafhankelijk worden beoordeeld door wetenschappers uit de hele wereld) en door middel van wetenschappelijke audits (onafhankelijke algemene controles van het wetenschappelijke programma die op locatie worden uitgevoerd).

Wat gebeurt er met de apen na een experiment?

Zo mogelijk worden de apen teruggeplaatst in het fokprogramma. Een klein deel van de apen wordt, om dierenwelzijn redenen, geëuthanaseerd. De wetgever controleert jaarlijks hoeveel dieren voor experimentele doeleinden zijn gebruikt.

Hoe komt het BPRC aan apen?

Het merendeel van de apen komt uit eigen fok. Wanneer van een bepaalde soort meer dieren nodig zijn dan er gefokt zijn, worden apen ingekocht bij andere gespecialiseerde fokcentra. Er worden geen apen aangeschaft die in het wild zijn gevangen.

Hoeveel apen huisvest het BPRC?

Het BPRC huisvest twee soorten apen, de resusaap en de marmoset. Het merendeel van de in totaal circa 1300 dieren zit in fok en wordt niet voor experimenten gebruikt. Het overgrote deel (±1100), van het dierenbestand bestaat uit resusapen (Macaca mulatta). Deze dieren zijn uniek omdat ze gekarakteriseerd zijn voor een groot aantal genetische, virologische en immunologische eigenschappen. Dit betekent dat dieren met zorg voor het juiste type experiment geselecteerd kunnen worden. De uitkomst van deze experimenten heeft dan ook voorspellende waarde voor eventuele klinische toepassingen.