Griep

Flu

Griep, veroorzaakt door het influenzavirus, geeft ieder jaar hoge aantallen zieken en veel sterfte, met name bij ouderen, jonge kinderen en mensen met een verzwakt afweersysteem. De gebruikelijke manier van bescherming bestaat uit een jaarlijkse vaccinatie tegen de meest actuele vormen van het griepvirus. Deze virussen veranderen elk jaar en kunnen ook binnen een griep seizoen niet altijd goed voorspeld worden. Bovendien kunnen nieuwe subtypes ontstaan, waartegen nog geen goede afweer bestaat. Deze nieuwe subtypes kunnen leiden tot een epidemie of zelfs (wereldwijd) een pandemie, waarbij veel mensen ziek worden en hoge sterfte optreedt. Betere vaccins zijn nodig, die bescherming bieden tegen een breder spectrum van virus varianten en zijn betere medicijnen nodig. Zowel het achterhalen van ziekte bepalende factoren als het uittesten van nieuwe vaccins en medicijnen vereist een geschikt proefdier model. Apen zijn het meest vergelijkbaar met de mens wat betreft hun afweersysteem en fysiologie en komen het meest in aanmerking om de rol van het afweer systeem in zowel verergering als bescherming tegen de ziekte te bestuderen.

Modelsystemen

Om de werking van vaccins of vaccinatieschema's tegen deze virussen te onderzoeken is het van belang om een geschikt diermodel te hebben waarin de effectiviteit van dergelijke vaccins tegen deze menselijke virussen kunnen worden geëvalueerd. Het blijkt dat resusapen gevoelig zijn voor infecties met influenzavirus en WNV. De infectie alsmede het ziekte verloop veroorzaakt door deze virussen vertonen grote overeenkomsten met hetgeen zich in geïnfecteerde mensen voordoet. De apenmodellen voor griep en voor WNV infecties die wij op het BPRC hebben ontwikkeld zijn dus bijzonder geschikt om de biologie alsmede de pathologie van de virussen beter te begrijpen en nieuwe geneesmiddelen en vaccins preklinisch te testen op veiligheid en werkzaamheid.

Flu

Onderzoek

Een belangrijk deel van het onderzoek van het BPRC richt zich op de werkingsmechanisme(n) van vaccins tegen influenzavirus en WNV. Als een vaccin bescherming biedt tegen een experimentele infectie met een bepaald virus, is het erg belangrijk te weten welk mechanisme(n) of activiteit van het afweersysteem verantwoordelijk is voor deze beschermende werking. Als we deze zgn. "correlatie van bescherming" weten, kunnen op basis van deze wetenschap, nieuwe en wellicht betere vaccins ontwikkeld worden. Naast het gebruik van de aap als proefdiermodel, onderzoeken we de werking van vaccin kandidaten eerst in celkweeksytemen op veiligheid en werkzaamheid zodat potentieel geschikte vaccins sneller geselecteerd kunnen worden voordat deze in proefdieren worden getest op hun effectiviteit.