MS & Reuma

Multipele sclerose (MS) en reumatoide arthritus (RA) zijn voorbeelden van auto-immuun-geïnduceerde inflammatoire (ontstekings) ziektes (AIMID). AIMID zijn ziektes die worden veroorzaakt door een ongewenste reactie van het immuunsysteem op onze organen die aanleiding geeft tot ontsteking en schade aan weefsels. In MS is het doelwit van de autoimmuunreactie de beschermende myelineschede rond de zenuwbanen in het centraal zenuwstelsel, dat zijn hersenen en ruggenmerg. In RA zijn de auto-immuunreacties gericht tegen de gewrichten, met name het kraakbeen dat nodig is voor een soepele beweging van de gewrichten. De oorzaak van MS en RA is niet bekend. Ook is nog onbekend welke mechanismes verantwoordelijk zijn voor het beloop van de ziekte, hetgeen de ontwikkeling van effectieve geneesmiddelen belemmert.

Diermodellen

Het overgrote deel van de diermodellen in het preklinisch onderzoek van MS (= experimenteel-geïnduceerde encephalomyelitis of EAE) en RA (= collageen-geïnduceerde artritis of CIA) is gebaseerd op ingeteelde laboratorium muizen en ratten. Echter het wordt steeds duidelijker dat effectiviteit van een nieuwe therapie in deze modellen weinig voorspellende waarde heeft voor werkzaamheid in patiënten. Voor meer dan 90% van de nieuwe therapieën geldt dat veelbelovende effecten in diermodellen niet kunnen worden herhaald in patiënten; soms blijken ze zelfs onverwachte negatieve bijwerkingen te hebben. Binnen BPRC worden voor het onderzoek naar de oorzaak en het beloop van MS en RA experimentele modellen ontwikkeld in apen, met name de resusaap en de marmoset. Vanwege de veel nauwere immunologische verwantschap tussen apen en mensen hebben deze modellen een belangrijke functie in de overbrugging van de veel kleinere verwantschap tussen muizen en mensen.

Onderzoeksstrategie

BPRC onderzoek

Het BPRC onderzoek rust op twee pijlers, namelijk toegepast en exploratief onderzoek.

  • Exploratief:
    Het doel van deze onderzoekslijn is inzicht te verkrijgen in de immunologische mechanismes die ten grondslag liggen aan het ontstaan en beloop van MS en RA. In dit onderzoek maken we gebruik van de variatie in gevoeligheid van apen voor de gemodelleerde ziektes EAE en CIA. Evenals in de mens wordt de gevoeligheid van apen voor EAE en CIA bepaald door het samenspel van erfelijke factoren en omgevingsfactoren. Bijna alle thans bekende gevoeligheidsgenen voor MS en RA hebben een functie in het immuunsysteem. De belangrijkste omgevingsfactoren zijn infecties met virussen en/of bacteriën en zonneschijn voor de aanmaak van vitamine D. Door de nauwe verwantschap van marmosets en resusapen met de mens zijn EAE en CIA modellen zeer geschikt om te ontrafelen op welke ziektemechanismes de effecten van genetische gevoeligheid en infecties aangrijpen.
  • Toegepast:
    Op basis van het inzicht in de immunologische mechanismes die ten grondslag liggen aan het ontstaan en beloop van MS en RA kunnen specifieke therapieën worden ontwikkeld. Deze therapieën worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met ontwikkelaars van geneesmiddelen, met name de research en development (R&D) afdelingen van internationale farmaceutische en biotechnologische bedrijven. Het belang van deze pijler is evident. Immers uit de waarneming dat door fysieke of functionele eliminatie van een bepaalde cel of molecuul een belangrijk effect op de ziekte wordt bewerkstelligd, blijkt dat de betreffende cel of molecuul een belangrijke rol speelt in het ziekteproces.

Het is evident dat beide pijlers van even groot belang zijn voor het onderzoek.