De noodzaak van onderzoek op primaten



Als we alle complexe processen in het menselijk lichaam zouden doorgronden, waren dierproeven waarschijnlijk niet nodig om betere medicijnen te ontwikkelen. Op dit moment beschikken we echter over onvoldoende kennis om zonder dierproeven te voorspellen of medicijnen werkzaam en veilig zijn. Hoe komt dat? Om die vraag te beantwoorden, moeten we eerst in het kort uitleggen hoe levende wezens in elkaar zitten.

De structuur van levende wezens

Het type, de snelheid en de locatie van chemische reacties in levende wezens worden bepaald door genen, die bestaan uit DNA. De eigenschappen van het organisme worden bepaald door de basevolgorde van het DNA in de genen. De volgorde van de basen in het totale menselijke DNA is onlangs vastgesteld (in totaal ongeveer 3 miljard basen). Deze informatie kunt u vinden op verschillende websites, waaronder de (Engelstalige) website van het NCBI (National Center for Biotechnology Information). Hieruit komt naar voren dat elke mens minimaal 30.000 (en misschien wel veel meer) genen heeft.

De meeste genen vormen de blauwdruk voor eiwitten. Eiwitten hebben veel functies en als geheel bepalen ze de vorm en functie van alle levende wezens. Momenteel weten we slechts van enkele van deze 30.000 of meer eiwitten welke rol ze spelen bij gezondheid en ziekte. We weten wel dat veel van deze eiwitten meerdere functies hebben. Om het nog ingewikkelder te maken, werken de meeste eiwitten niet alleen, maar uitsluitend in combinatie met andere eiwitten.

Waarom zijn proeven op primaten nodig?

Omdat we niet weten wat de meeste van deze eiwitten doen of hoe ze met elkaar samenwerken, kunnen we van veel nieuwe medicijnen niet voorspellen welke effecten ze op mensen zullen hebben. Daarom kunnen we alleen veilige en effectieve nieuwe medicijnen voor mensen ontwikkelen als we deze nieuwe medicijnen eerst testen. Zijn de medicijnen veilig en werken ze goed? Voordat nieuwe medicijnen op mensen worden getest, worden ze meestal eerst op cellen en vervolgens op dieren getest.

Bij dierproeven worden de medicijnen vrijwel altijd eerst getest op kleine dieren, zoals ratten en muizen. Omdat dieren als muizen en ratten veel verschillen van de mens en niet op dezelfde manier reageren als de mens, moeten de medicijnen soms ook op niet-menselijke primaten worden getest.

Zoals u elders op deze website kunt lezen, lijken de genen van de mens en van andere primaten erg veel op elkaar doordat ze in evolutionair opzicht verwant zijn aan elkaar. Dit houdt in dat de eiwitten die ze produceren en de manier waarop hun cellen en lichamen werken veel overeenkomsten vertonen. Daarom testen we, als het nodig is, nieuwe medicijnen op niet-menselijke primaten. Omdat hun genen zoveel lijken op die van de mens, geven ze veel informatie over het effect dat de medicijnen op mensen zullen hebben.

Voor een aantal ziekten die een bedreiging voor de mens vormen, zijn geen genezende medicijnen beschikbaar. De medicijnen die momenteel beschikbaar zijn, hebben vaak ernstige bijwerkingen of verliezen hun werkzaamheid na verloop van tijd.

Deze situatie geldt zowel voor ernstige infectieziekten (AIDS, hepatitis, malaria, tuberculose) als voor chronische slopende ziekten, zoals reumatoïde artritis en multiple sclerose.

Om medicijnen te ontwikkelen die veiliger en effectiever zijn, moeten we meer inzicht krijgen in de mechanismen die ziekten veroorzaken. Daarom is het zo belangrijk dat er wetenschappelijk onderzoek wordt verricht op dieren die op dezelfde manier reageren als mensen.

Primatenonderzoekscentrum