Parkinson

BPRC - Development of Parkinson
Ontwikkeling van de ziekte van Parkinson.

De ziekte van Parkinson is na Alzheimer de meest frequent voorkomende neurodegeneratieve ziekte; ca. 1% van 55+ jarigen en 3% van 70+ jarigen heeft de ziekte. In een kleine minderheid van de patiënten (ca 5%) is er een erfelijke oorzaak, maar in de overgrote meerderheid (de zogenaamde sporadische vorm) is de oorzaak onbekend. De ziekte is pathologisch gekarakteriseerd door afsterven van speciale zenuwcellen (dopamine producerende neuronen) in een specifiek deel van de hersenen. Een tweede pathologisch kenmerk zijn ophopingen van verkeerd gevouwen eiwitten in de hersenen. De gemiddelde leeftijd waarop Parkinson patiënten klinische motorische symptomen ontwikkelen, zoals het beven (hyperkinesie) en starheid (hypokinesie) is ±60 jaar, waardoor Parkinson als een typische ouderdomsziekte wordt beschouwd. Echter voordat deze zich ontwikkelen kunnen vroege, zogenaamde pre-motorische symptomen worden waargenomen, zoals slaapstoornis, obstipatie, depressie en vormen van dementie.

De op dit moment beschikbare medicatie, bijvoorbeeld met dopamine vervangende middelen, is vooral gericht op onderdrukking van de ziektesymptomen, niet op het stoppen en/of herstel van de onderliggende schade.

Binnen het BPRC is een goed gelijkend Parkinson experimenteel model beschikbaar in de penseelaap (marmoset). De ziekte wordt opgewekt door inspuiting van MPTP, een niet-toxische stof die omgezet wordt in een toxisch metabolite MMP+ die vervolgens selectief wordt opgenomen in de dopamine producerende neuronen en daar de ademhaling van de cel platlegt. Met MPTP ingespoten marmosets ontwikkelen kenmerkende premotorische (slaapstoornis) en motorische symptomen (zowel hyper- als hypokinesie).

Het onderzoek van het BPRC in dit model is gericht op:

  • de ontwikkeling van kwantificeerbare detectie methoden voor pre-motorische en motorische symptomen,
  • het begrip van de processen die de bijdragen aan de pathologie en klinische expressie van Parkinson,
  • de ontwikkeling van farmaceutische en niet-farmaceutische therapieën om het neurodegeneratie proces te stoppen, herstel van schade te bevorderen en ziektesymptomen te onderdrukken en bijwerkingen van bestaande medicijnen te voorkomen.