West Nijl Virus

Het West Nijl virus (WNV), is een zogenaamd Arbovirus. Arbovirussen zijn virussen die worden overgedragen door geleedpotigen (arthropoda), zoals vliegen, teken en muggen.
Een van de BPRC onderzoekslijnen richt zich op opkomende arbovirussen die worden overgedragen door muggen. Deze groep virussen bevat klinisch belangrijke virussen zoals knokkelkoorts virus of dengue virus (DENV), gele koorts virus (YFV), Chikungunya virus (CHIKV), Rift Dal koorts virus (Rift Valley Fever virus; RVFV), Japanse encefalitis virus (JEV), en het West Nijlvirus (WNV).

Het West Nijl virus is voor het eerst geïsoleerd in het West Nijl district in Oeganda in 1937. Tot aan de 1990-er jaren werden verschillende genetische varianten van dit virus voornamelijk gevonden in Afrika, India, en Australië. Echter sinds 1990 heeft het virus zich verspreid naar Europa, en in 1999 heeft WNV de overstap gemaakt naar Noord-Amerika. Deze overstap heeft geleid tot een snelle verspreiding over het Amerikaanse continent.

Denv Spread
Werelwijde verspreiding van WNV (Weaver and Reisen, 2010)

Vogels zijn de voornaamste gastheer voor WNV. In het algemeen vertonen zij weinig ziekteverschijnselen, maar kunnen zij enorme hoeveelheden virus in hun bloed hebben. Het virus kan dan via bloedzuigende muggen worden overgedragen naar incidentele gastheren, zoals de mens en andere zoogdieren.
Bij de mens zal 80% van de WNV infecties ongemerkt voorbij gaan. In 20% van de gevallen veroorzaakt WNV milde griep-achtige verschijnselen (‘West Nijl koorts’), maar in een zeer klein aantal gevallen (< 1%) kan een WNV infectie leiden tot ernstige ziekteverschijnselen, zoals encephalitis en meningitis. In sommige gevallen kan WNV infectie een dodelijke afloop hebben (< 0.1%), in het bijzonder bij mensen met een verminderde afweer.

WEST NIJL VIRUS ONDERZOEK OP HET BPRC

Makaken en penseelaapjes kunnen worden geïnfecteerd met West Nijl virus, en bieden onderzoekers zo een unieke onderzoeksmogelijkheid naar de biologie van deze virussen, en naar de pathologie veroorzaakt door deze virussen. Daarnaast, vanwege hun immunologische gelijkenis met de mens, zijn deze apensoorten goede diermodellen voor de pre-klinische evaluatie van potentiële vaccins of antivirale middelen. Het WNV infectiemodel bij resusmakaken is op het BPRC gebruikt om de immunogeniciteit en werkzaamheid van West Nijl virus vaccins te evalueren. In een succesvolle studie waren wij in staat om alle gevaccineerde dieren te beschermen tegen WNV viremie (dit betekent dat er geen virussen in de gevaccineerde dieren konden worden gedetecteerd).