Ziekten van het Immuunsysteem

Orgaantransplantatie als behandeling voor nier, hart, long, lever en pancreas falen vereist vervolgens levenslange behandeling met immunosuppressieve middelen. De huidige geneesmiddelen hebben ernstige bijwerkingen en betere geneesmiddelen worden ontwikkeld om deze bijwerkingen terug te dringen. Alle nieuwe middelen voor behandeling van orgaan afstoting moeten in apen getest worden op effectiviteit, aangezien knaagdier proeven niet voldoende voorspellende waarde hebben.

Veel protocollen voor orgaantransplantatie die momenteel klinisch worden gebruikt, zijn ontwikkeld op basis van onderzoek op het BPRC. Depletie van T-cellen kan er bijvoorbeeld toe leiden dat een getransplanteerd orgaan beter wordt opgenomen. Na onderzoek naar deze vermindering van T-cellen bij apen zijn er aangepaste protocollen aangenomen voor klinische evaluatie.

SDZ-RAD (Certican®) is een nieuw immunosuppressief middel voor de postoperatieve behandeling van transplantatiepatiënten. SDZ-RAD is getest op apen, en hieruit bleek dat het middel relatief veilig en effectief is. Mede door deze resultaten kon SDZ-RAD klinisch geëvalueerd worden. Dit klinische onderzoek leverde ook veelbelovende resultaten op en het product wacht nu op registratie.

Als voorbereiding op klinische testen in Nederland zijn er nieuwe protocollen voor bestaande medicijnen op apen getest om na te gaan of deze protocollen betere resultaten bij transplantaties opleveren. Doordat de resultaten van deze testen niet aan de verwachtingen voldeden, zijn de plannen voor klinische testen geannuleerd.

Beenmergtransplantaties (BMT) zijn vaak noodzakelijk voor patiënten met carcinogene en niet-carcinogene afwijkingen in het bloed. In samenwerkingsverbanden tussen ziekenhuizen en het BPRC zijn nieuwe, veiligere protocollen voor beenmergtransplantaties ontwikkeld. Deze protocollen worden momenteel klinisch gebruikt.

Een grote complicatie bij BMT is vaak de reactie van het transplantaat tegen de gastheer (Graft Versus Host Disease of GVHD). Op het BPRC zijn technieken ontwikkeld om de microflora (de bacterieën die in het darmkanaal leven) van de ontvanger van het transplantaat te manipuleren. Met deze technieken kan GVHD worden voorkomen. De technieken worden momenteel klinisch gebruikt in verschillende ziekenhuizen.