Interview: Meer kennis met minder dieren: zo vergroten we de waarde van elk onderzoek

Bij het BPRC werken we dagelijks aan een belangrijke missie: het verbeteren van de gezondheid van de mens. Daarvoor is onderzoek met apen soms noodzakelijk. Tegelijkertijd streven we ernaar om zoveel mogelijk kennis te halen uit de dieren waar we mee werken. Kennis die we delen met wetenschappers wereldwijd. Dat noemen we: meer kennis met minder dieren.
Alle onderzoekers binnen BPRC werken volgens dit principe. Door data slim te hergebruiken, nieuwe technologieën te ontwikkelen en zoveel mogelijk onderzoek open te delen, vergroten we de waarde van elk experiment, en verkleinen we de noodzaak voor nieuw dieronderzoek.
Elk onderzoek levert een enorme hoeveelheid data op, van fysiologische metingen tot gedragsobservaties en weefselanalyses. Onderzoekers Jinte Middeldorp, Jesse Bruijnesteijn en Magdalena Lorenowicz vertellen hoe ze, ieder op hun eigen terrein, werken vanuit het principe ‘meer kennis met minder dieren’.
Elke micrometer gebruiken
BPRC beschikt over verschillende biobanken waar een breed scala aan biologisch materiaal, zoals weefsels, producten uit bloed en DNA wordt bewaard. Een bank voor organoïden is in ontwikkeling. Jinte Middeldorp: “Voor de hersenbank benutten we letterlijk elke micrometer van de hersenen. Door dit hersenweefsel te delen met onderzoekers wereldwijd kunnen we onder andere vragen beantwoorden over hersenveroudering, neurodegeneratieve ziekten, infecties en de vertaalslag maken van makaak naar mens. Hoe beter we begrijpen wat er in het brein gebeurt, hoe beter we ziekteprocessen kunnen verklaren. Vanuit één studie kunnen we talloze onderzoeksvragen beantwoorden, ook die buiten het oorspronkelijke onderzoeksdoel vallen. Dat is pas efficiënt gebruik van kennis.”
Mini-organen gekweekt uit cellen
Magdalena Lorenowicz richt zich op het ontwikkelen van organoïden: mini-organen die in het lab worden gekweekt uit cellen van dieren die al in onderzoek zijn geweest. “Bij elke necropsie nemen we weefsel af waarmee we organoïden kunnen maken,” legt ze uit. “Zo kunnen we op celniveau onderzoeken wat er gebeurt bij infectieziekten zoals MERS en COVID. We kijken waar virussen zich verschuilen, hoelang ze actief blijven en welke effecten ze op lange termijn hebben.”
De voordelen van mini-organen zijn groot: er zijn minder dieren nodig voor onderzoek, we halen meer kennis uit één dier en er is een betere aansluiting tussen in vitro (celkweek), in vivo (in levend organisme) en klinisch onderzoek (bij de mens). Over tien jaar hoop ik dat we een robuuste pijplijn hebben van labmodel tot kliniek, en dat onze organoïdenbank gebruikt wordt door onderzoekers wereldwijd.”
Met data-analyse patronen ontdekken
Jesse Bruijnsteijn: “Bij Datascience werken we eraan dat data niet alleen veilig wordt opgeslagen, maar ook toegankelijk en herbruikbaar is voor collega’s wereldwijd. Zo halen we het maximale uit elk onderzoek.” Hij ziet hierin een grote rol voor AI en data-analyse: “Met slimme algoritmen, waarmee verschillende datasets geïntegreerd worden, kunnen we patronen ontdekken in data die we eerder over het hoofd zagen. En op termijn kan dat zelfs helpen om bepaalde dierproeven te vervangen.” Data, materiaal en inzichten worden, waar mogelijk, gedeeld via FAIR data principes. Jesse: “We willen echt bijdragen aan kennisopbouw die de hele wetenschap vooruithelpt.”
Vervanging, vermindering en verfijning
BPRC draagt bij aan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en behandelingen voor ernstige ziekten, met respect voor het principe van de 3V’s. Alle bovengenoemde innovaties en onderzoeken dragen hieraan bij.
- Vervanging: waar mogelijk alternatieven gebruiken voor dierproeven.
- Vermindering: het aantal proefdieren beperken door nieuwe technologieën en betere selectiemethoden.
- Verfijning: het leven van de apen in onderzoekssettings zo aangenaam mogelijk maken.
Het doel is om het gebruik van dieren tot het minimum te beperken, terwijl waardevol wetenschappelijk onderzoek blijft plaatsvinden.
