background

Wat we ook graag met u delen

We vertellen u graag op welke manieren ons werk tot uiting komt
  • Alternatieven

    Stichting Biomedical Primate Research Centre (BPRC) is een wetenschappelijk instituut dat biomedisch onderzoek doet naar ernstige ziektes. Denk aan aids, malaria, hepatitis, tuberculose en auto-immuunziekten, zoals MS. Ondertussen werken we hard aan de ontwikkeling van onderzoek zónder dierproeven.

    Proefdiervrij werken willen we allemaal

    Natuurlijk zijn we een primatencentrum en natuurlijk werken we met dieren. Maar onze hoofdtaak is onderzoek, met als grote doel het oplossen van medische problemen. Daar hebben we nu nog dieren voor nodig, maar als het zonder kan, heel graag. Helaas is de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven nog niet ver genoeg om alle complexe onderzoeksproblemen op te lossen, zonder dieren.

    Iedereen wil minder dierproeven. Wij ook. Zonder dieren zou ons onderzoek veel goedkoper, sneller, makkelijker en flexibeler verlopen. We zouden dan met kweeksystemen veel meer testen naast elkaar kunnen doen, om een voorbeeld te noemen. Dus ook een primatencentrum als BPRC, waar kwalitatief onderzoek belangrijk is, streeft naar proefdiervrij werken.

    Stimuleren en ondersteunen

    Onderzoek naar het ontwikkelen van alternatieven is binnen BPRC deels ondergebracht in een specifieke, zelfstandige onderzoeksgroep. Daarnaast stimuleert en ondersteunt BPRC het gebruik van alternatieven bij alle afzonderlijke onderzoeksafdelingen. Daar zijn wij en onze voorlopers altijd al mee bezig geweest. Midden jaren ’90 kregen we ook al subsidie van het Platform Alternatieven Dierproeven. Het grote misverstand is dat wij zonder apen geen bestaansrecht zouden hebben. Alleen onze naam zou misschien moeten veranderen, maar we zijn een onderzoeksinstituut. Onderzoek is onze core business.

    Vervanging, Vermindering en Verfijning van dierproeven

    BPRC levert een bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen of behandelingen voor ernstige ziekten en handelt daarbij volgens het principe van de 3V’s: Vervanging, Vermindering en Verfijning van dierproeven. Dat principe komt er in de basis op neer dat BPRC (dankzij nieuwe technologieën en verbeterde selectiemethoden) het benodigde aantal proefdieren tot het minimum beperkt. Bovendien maken we het leven van de apen binnen deze setting zo aangenaam mogelijk.

    We proberen bijvoorbeeld meer informatie te halen uit minder dieren, zodat er minder proefdieren nodig zijn (vermindering). Verder steken we dus veel energie in onderzoek naar mogelijkheden om onderzoek te doen zónder dierproeven, ofwel vervanging. Ook besteden we veel aandacht aan onder andere gedragsonderzoek waarmee we door het observeren van de apen tot nog betere leefomstandigheden komen. Dit is een voorbeeld van verfijning.

    Geboekte resultaten

    BPRC heeft op het terrein van alternatieve onderzoeksmethoden veel belangrijke resultaten geboekt. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkelingen op het gebied van malariaonderzoek. Samen met een Frans lab hebben we veel kweektechnieken opgezet, waarbij we belangrijke onderdelen van de bestrijding van malaria nu in een kweekschaal kunnen onderzoeken. Deze wijze van testen van geneesmiddelen tegen een specifieke malariaparasiet is hier opgezet en nog steeds in ontwikkeling.

    Kweektechnieken en genetische ontrafeling

    BPRC heeft kweektechnieken ontwikkeld om modelparasieten voor malariaonderzoek te kunnen gebruiken, zodat er bij sommige onderzoeken minder apen nodig zijn. Daarnaast hebben we ook veel kweektechnieken opgezet om hersenweefsels te kweken. Zo kun je in een kweekschaal al het voorwerk doen om de effecten van bepaalde stoffen te bekijken, bijvoorbeeld bij de bestrijding van MS. Verder maken we ook vorderingen op het gebied van genetische ontrafeling van het afweersysteem van de dieren, wat een gerichtere selectie van dieren voor studies mogelijk maakt.

    Vaccins

    Om het immuunsysteem extra te activeren maken we bij mensen en proefdieren vaak gebruik van hulpstoffen (adjuvantia). Helaas gaat het injecteren van adjuvantia vaak gepaard met ongewenste bijwerkingen zoals ontstekingen van de huid op de injectieplaatsen. BPRC werkt op verschillende manieren aan de ontwikkeling van nieuwe adjuvantia. Met vergelijkbare immuun-stimulerende werking maar met minder of geen bijwerkingen.

    Batch-testing

    In het licht van efficiënter onderzoek is de ontwikkeling van ‘batch-testing’ interessant. De werkzaamheid van een nieuwe batch vaccins moet nu officieel altijd nog getest worden in dieren. Dankzij dit nieuwe concept kan een batch (verzameling van meerdere) goedgekeurde vaccins via zogeheten ‘cellulair essays’ model staan voor nieuwe batches, zodat er niet steeds opnieuw dieren nodig zijn. BPRC is samen met andere Nederlandse instituten betrokken bij de verdere ontwikkeling van dit concept.

    Er lopen nu experimenten om te kijken of het haalbaar is in plaats van dieren ook zogeheten ‘in-vitro’-technieken te gebruiken. Met als grote doel minder dieren te gebruiken voor dit soort werk. Niet specifiek voor een bepaalde ziekte, maar echt in zijn algemeenheid.

    Hoe meer alternatieven, hoe beter

    Belangrijk om te benadrukken, is dat het ontwikkelen van alternatieven, hoe belangrijk ook, hele complexe en langdurige trajecten zijn. Er wordt vaak geroepen: ‘Dat kan toch allemaal in de computer?’ Als dat zo was, deden wij het al. En wij willen het net zo graag als iedereen. Daarom werken wij met volle kracht aan de ontwikkeling van onderzoek zónder dierproeven en helpen we mee met de implementatie van alternatieven elders. Hoe meer alternatieven, hoe beter. Volledige vervanging van dierproeven is vooralsnog echter een langdurig proces.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

  • Kwaliteit van leven

    Stichting Biomedical Primate Research Centre (BPRC) staat hoog aangeschreven als het gaat om kennis, koloniebeheer, huisvesting en verzorging van de dieren. We passen verfijnde technieken toe om het ongerief van de dieren zo veel mogelijk te beperken en voeren een transparant beleid op het gebied van dierenwelzijn. Allemaal vanuit de gedachte dat onze apen een zo goed mogelijke kwaliteit van leven verdienen.

    Kwaliteit van leven

    Het BPRC huisvest drie soorten apen, de resusaap, de Java-aap en de marmoset. Een groot deel van de in totaal circa 1.500 dieren zit in fok en wordt niet voor experimenten gebruikt. Het overgrote deel van het dierenbestand bestaat uit resusapen (Macaca mulatta).

    Al deze apen zijn voor ons goud waard, daar halen wij onze informatie uit. Zij verdienen de hoogst mogelijke kwaliteit van leven!

    Eigen fok

    Alle resus- Java- en marmoset-apen binnen BPRC komen uit eigen fok. Een kostbare onderneming, maar dat maakt stressvol transport uit landen als China of Mauritius overbodig. Wanneer in zeldzame gevallen van een bepaalde soort meer dieren nodig zijn dan intern gefokt, kopen we apen in bij andere gespecialiseerde fokcentra. Er worden NOOIT apen aangeschaft die in het wild zijn gevangen en we volgen alle Europese regelgeving nauwkeurig op. Apen verkopen doen we incidenteel, maar heel beperkt en alleen aan onderzoekscentra waarvan we weten wat ze doen en waarom ze het doen. Centra die voldoen aan alle eisen die wij daaraan stellen. En dat betekent de hoogste standaarden aan dierenwelzijn.

    Zoveelste generatie

    De Europese richtlijn is dat alle voor biomedisch onderzoek ingezette apen vanaf 2022 minimaal van de zogenaamde F2-generatie zijn. Dat betekent de tweede generatie geboren in de fokkolonie. De jongen van de apen die in het wild zijn geboren, zijn van de F1-generatie. F2 is pas de generatie daarna. Bij BPRC hebben we de zoveelste generatie, misschien wel de negende of tiende. We hebben geen F0 in huis. F1 nog wel, want resusapen kunnen dertig jaar oud worden. En die enkele oudjes die hier nog zijn, vooral vrouwen, leven in hun natuurlijke groepen en die gebruiken we dus niet voor experimenten. Die zijn met pensioen. Sowieso zitten een groot deel van onze dieren hun hele leven alleen maar in de fokkolonie, maar dat is weer een ander verhaal.

    Leefomstandigheden

    Ons onderzoek met dieren staat in het teken van de strijd tegen levensbedreigende ziekten wereldwijd. Wij leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van vaccins, medicijnen en kennis, maar dan wel zo dat de ingezette dieren het zo goed mogelijk hebben. Zij worden geboren in dienst van de wetenschap en verdienen een zo mooi mogelijk leven. Daar proberen we ons elke dag opnieuw hard voor te maken. Zolang dierproeven moeten gebeuren, maken wij het voor de dieren zo aangenaam mogelijk. Dat BPRC hierin slaagt, blijkt wel uit het feit dat onze dierverzorgers in de prijzen zijn gevallen ‘voor hun inzet om de leefomstandigheden van de apen in het BPRC op hoog niveau te brengen’.

    Huisvesting voor een goed leven

    Dierenwelzijn staat bij ons werk dus voorop. De apen moeten alle ruimte krijgen om zichzelf te zijn en vrij te bewegen. Ze moeten, kortom, een zo goed mogelijk leven hebben. En daar moeten voldoende middelen voor zijn. Om daar zeker van te zijn, ontvangt BPRC een jaarlijkse subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Mede dankzij die steun hebben we de huisvesting voor onze dieren enorm kunnen verbeteren. De grote accommodaties van nu zijn ontwikkeld in samenspraak met dierenbeschermingsgroeperingen en dierentuinen. Met als doel dieren zo optimaal mogelijk te huisvesten, in voor hen best mogelijke omstandigheden.

    Groepsverblijven fokkolonies

    De buitenverblijven zijn grote kooien met voor de apen volop mogelijkheden om zich vrij te bewegen en lekker uit te leven. Ze kunnen ook altijd zelf kiezen of ze binnen of buiten willen zijn. In de winter is het bovendien binnen verwarmd, op de soort aangepast. Java-apen hebben bijvoorbeeld meer warmte nodig dan resusapen. Om hun leefomstandigheden te ‘verrijken’ maken we volop gebruik van speelmaterialen, zoals brandslangen, zitbalken, klimtoestellen, glijbanen, ballen, trapezes en spiegels. Spullen die zijn verzameld door medewerkers of gedoneerd (soms in de vorm van een financiële giften) door onder meer sportclubs, brandweer, gemeenten, bedrijven en dierenbeschermingsverenigingen.

    Experimentele huisvesting

    Die ‘verrijking’ vindt ook binnen plaats, in de experimentele huisvesting. Dit zijn kleinere verblijven dan buiten, maar er zit nooit een dier alleen. Ze zijn altijd minimaal met twee. Ook hier krijgen de dieren allerlei speeltjes, die bovendien voortdurend roteren. Belangrijk aandachtspunt in deze verblijven is de voedselverrijking (zie hieronder). Nog meer dan de dieren buiten, iedere dag.

    Voedselverrijking

    Belangrijk onderdeel van ons beleid is de zogeheten ‘voedselverrijking.’ Dat betekent dieren die onder een experimenteel protocol vallen iedere dag iets nieuws aanbieden, variërend van ijsjes tot voedselpuzzels. In het handboek 'Enrichment Manual for macaques and marmosets' (gemaakt in samenwerking met het grote EU-project EUPRIM-NET) hebben we alle vormen van omgevingsverrijking, die binnen het BPRC voor de verschillende primatensoorten gebruikt worden, beschreven en uitgelegd.

    Allerhoogste standaarden

    De manier waarop wij onze dieren huisvesten behoort tot de allerhoogste standaarden in de wereld. Het leven in de studie is weliswaar minder ideaal dan buiten in de fok, maar ook daar maken we de (groeps)huisvesting zo optimaal mogelijk en stimuleren we natuurlijk gedrag, door het aanbieden van non-food verrijking. De dieren beschikken ook allemaal te allen tijde over ‘bedding’, in de vorm van zaagsel of stro. Ze hoeven niet op gaas te liggen en kunnen foerageren in die bedding. Kortom, we doen er alles aan om de apen onder alle omstandigheden de hoogst mogelijke kwaliteit van leven te bieden.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image
    Download:
  • Selectie

    Lang niet alle apen worden bij ons ingezet voor studies. Slechts rond de 10% per jaar neemt deel aan onderzoek. BPRC hanteert een zorgvuldig selectieproces, waarbij de koloniemanager (een gedragsdeskundige), dierenartsen en genetici nauw samenwerken. Alleen zo kunnen we de fok optimaal laten verlopen, inteelt voorkomen én de best mogelijke selectie van dieren voor het onderzoek waarborgen.

    Selectie

    Apen zijn voor ongeveer 93% genetisch gelijk zijn aan mensen. Zeker als het gaat om het afweersysteem en hersenen lijken apen heel veel op de mens. Dat betekent ook dat ze net als mensen per individu verschillend zijn, met dus ook allemaal hun eigen karakter. Daarom bekijken we per individu wie geschikt is voor welk onderzoek, en wie we beter in de fokkolonie kunnen houden. Daarom weten onze dierverzorgers ook precies wie wie is.

    Om te beginnen is het zo dat onze apen nooit jonger dan 4 jaar (resus- en Java-apen) of 1,5 jaar (marmosets) zijn voordat ze inzetbaar zijn*. De leeftijd voor de jongens waarop ze uit de geboortegroep gaan is mede afhankelijk van hoe snel ze groeien. Hoe eerder ze geslachtsrijp zijn, hoe sneller zij hun halfzusjes en anderen kunnen bevruchten. En dat willen we niet.

    *Dat verschil in leeftijd tussen die apensoorten heeft ermee te maken dat Marmosets minder oud worden en eerder (rond anderhalf à twee jaar) volwassen zijn, ofwel geslachtsrijp. Hun huisvestingsomstandigheden zijn verder hetzelfde als van de resus- en Java-apen, maar ze leven in kleine familiegroepjes: ouders met hun kinderen, die overigens vaak tweelingen zijn. Bij BPRC wonen ongeveer 1400-1500 apen, waarvan ongeveer 200 Marmosets.

    Zoals in de natuur

    De jonge dieren blijven in principe tot de genoemde leeftijden in hun geboortegroep; dit is de leeftijd waarop ook in de natuur migratie naar andere groepen plaatsvindt. Op deze manier proberen we de natuurlijke patronen zoveel mogelijk na te bootsen. Dit houdt ook in dat, net als bij de mens, de kinderen leren van de ouders. Dankzij deze aanpak ervaren de dieren minder stress tijdens experimenten, omdat ze mentaal stabieler zijn dan dieren die te vroeg uit de geboortegroep zijn weggehaald.

    Mannen en vrouwen

    Bij de selectie van dieren maken we een belangrijk onderscheid tussen mannen en vrouwen. De kans is gemiddeld 50% dat vrouwen hun hele leven in de fokkolonie blijven en nooit worden ingezet voor experimenten. Dat komt, omdat die hun hele leven in een groep kunnen doorbrengen en dus altijd van waarde kunnen zijn voor de fokgroep, die in stand gehouden moet worden. Overigens is wel anticonceptie mogelijk, wanneer we naar verwachting in de nabije toekomst minder dieren nodig hebben.

    Binnen BPRC beschikken we over 32 resus-fokgroepen (augustus 2018), zodat je een beperkt aantal fokmannen nodig hebt. Het merendeel van de mannen stroomt dan ook door naar studies. Voor alle jongens geldt dat ze uit hun fokgroep verhuizen naar een aparte ruimte, met een aantal andere mannetjes. Die zitten bij elkaar zolang dat kan.

    Fok of studie

    De koloniemanager is onze specialist op het gebied van gedrag. Die bekijkt samen met dierenartsen en genetici welke dieren geschikt zijn voor (welke) studies en welke dieren niet. Het is mogelijk dat een dier geschikt is voor (een bepaald) onderzoek, maar genetisch nog belangrijker is voor de fokkolonie. De koloniemanager beslist op een zeker moment of de jongen geschikt is om toekomstige fokman te worden, of dat hij geschikt is om een experimenteel dier te worden. Als hij fokman wordt, moet hij minimaal tot zijn zevende of achtste jaar wachten, anders lukt het niet. Daarna verhuist hij naar een andere groep dan zijn geboortegroep (om inteelt te voorkomen) en rond zijn 18de gaat hij met ‘pensioen’.

    Experimentele fase

    Dieren die bestemd zijn voor onderzoek, verhuizen na die beslissing naar een aparte faciliteit, in groepen van twee tot vier van hetzelfde geslacht. Onze dierverzorgers bereiden ze daar met veel liefde en aandacht voor op hun verdere bestaan als experimenteel dier. Zo is ook daar, net als in de geboortegroep, veel aandacht voor verrijking, om hun leven zo aangenaam mogelijk te maken.

    Positief belonen

    Die voorbereiding bestaat vooral uit intensievere training. Meestal hebben ze al geleerd om uit een spuitfles te drinken en hier leren ze bijvoorbeeld ook hun bek te openen, een poot of hand te geven, en om te draaien. Allemaal via positief belonen, ofwel ‘positive reinforcement training’ (zie dit verhaal). Die experimentele fase kan vanwege de lengte van sommige studies enige jaren duren. Daarom waken we ervoor dat dieren niet eindeloos in die omgeving bivakkeren. Een groot deel van de apen wordt uiteindelijk, om dierenwelzijnsredenen, geëuthanaseerd. De wetgever controleert jaarlijks hoeveel dieren voor experimentele doeleinden zijn gebruikt.

    Dierenarts heeft laatste woord

    Uiteraard doen we er alles aan om te zorgen dat de dieren niet lijden. Bij ingrepen gaan dieren, geheel volgens alle richtlijnen, onder narcose en ze krijgen pijnbestrijding tegen bijwerkingen. Maar hier gaan nog enkele belangrijke stappen aan vooraf. Om toestemming te krijgen voor een onderzoek, moeten we een heldere inschatting maken over de hoeveelheid lijden, ofwel het ‘ongerief’ dat een dier mogelijk zal doormaken. Voorop staat sowieso dat we dit ‘ongerief’ tot het minimum beperken en heel belangrijk daarbij is dat de dierenarts tijdens het onderzoek het laatste woord heeft bij het wel of niet voortzetten van een onderzoek. BPRC heeft momenteel vier dierenartsen in dienst en een veterinair patholoog.

    Dierenwelzijn

    De keuze of een dier inzetbaar is voor onderzoek valt of staat ook met de gezondheid van het individu. BPRC neemt die gezondheid continu onder de loep, zowel voor als tijdens een onderzoek. Dieren worden standaard jaarlijks gescreend en als ze iets onder de leden hebben, worden ze behandeld en niet ingezet voor het onderzoek. Dierenwelzijn staat voorop. Van dieren die overlijden, kunnen wij de bruikbare organen en weefsels opslaan voor toekomstig óf alternatief onderzoek (zie dit verhaal). Een lever kunnen wij bijvoorbeeld gebruiken om cellen in kweek te brengen.

    En zo zijn alle dieren die wij huisvesten, of ze nu wel of niet inzetbaar zijn voor onderzoek, van onschatbare waarde in de strijd tegen ernstige ziektes.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image
  • Bio-bank

    De Bio-Bank van BPRC is de grootste non-humane primatenweefselbank van Europa. Hiermee stellen we onze materialen voor onderzoeksdoeleinden beschikbaar aan derden. Een internationaal voorbeeld van het beschikbaar stellen van weefsel voor wetenschappelijk onderzoek volgens de hoogst mogelijke ethische normen.

    Bio-bank: bank van onschatbare waarde

    Dit zijn onze vriezers. Ware schatkisten voor onderzoekers en andere wetenschappers van over de hele wereld. Deze grote units bevatten uniek materiaal, dat van grote waarde is voor onderzoeken buiten ons bereik.

    In onze vriezers bewaren wij een breed scala aan biologisch materiaal, zoals weefsels, producten uit serum, bloed en DNA, RNA en B-cellen. Allemaal waardevolle materialen, beschikbaar voor andere onderzoeksinstellingen, bedrijven en instanties die zich bezighouden met biomedisch onderzoek. Onderzoekers vanuit de hele wereld kunnen een verzoek indienen om het materiaal te ontvangen, waarbij ze aangeven voor welk onderzoek het bestemd is.

    Zeldzame en waardevolle primatenspecimen

    BPRC stelt op deze manier zeldzame en waardevolle primatenspecimen beschikbaar, zowel voor intern gebruik als voor externe wetenschappers. Onze Bio-Bank kan dienen als alternatieve bron om wetenschappelijke ideeën en ziektemechanismen te onderzoeken, en om nieuwe bioactieve stoffen en biologische producten te testen. Met oog op zo min mogelijk ongerief voor de dieren én lagere onderzoekskosten. De Bio-Bank is dan ook géén commerciële activiteit; wij verkopen het materiaal niet, maar stellen het beschikbaar. Wij vragen slechts een vergoeding voor de gemaakte kosten, zoals voor opslag en verzending.

    Fysieke plek

    De Bio-Bank is een fysieke plek, onder leiding van onze veterinair patholoog, van waaruit we ons materiaal letterlijk versturen, enkele honderden keren per jaar. Uiteraard is alles netjes gecategoriseerd en gelabeld en is de achtergrond van alle dieren gedigitaliseerd. Die achtergrond van het materiaal is essentieel en dat maakt onze Bio-Bank zo uniek; omdat de dieren hier geboren worden en leven, weten we alles van ze. De veterinair patholoog beoordeelt of materiaal geschikt is voor opslag in een Bio-Bank en voor welke doeleinden.

    Onderzoeksgroepen

    BPRC verspreidt niet alleen materialen vanuit de Bio-Bank, maar soms ook direct via de diverse onderzoeksgroepen. Zoals gebruikelijk in de wetenschappelijke wereld stellen zij na een publicatie in wetenschappelijke media de informatie beschikbaar voor andere doeleinden.

    Zichtbare resultaten

    Via de Bio-Bank werkt BPRC indirect mee aan tal van uiteenlopende onderzoeken. Met de opgeslagen materialen wordt veel onderzoekswerk verricht. Zo zijn we via onze Bio-Bank ook betrokken geweest bij de karakterisering van bacteriële soorten in magen en worden de slokdarmen gebruikt bij diagnostisch werk.

    Er is met onze hulp verder heel veel onderzoek geweest én gaande naar de ontwikkeling van hersenen en hersenfuncties; onderzoek dat niet altijd bij BPRC plaatsvindt, maar waar we dankzij ons materiaal wel aan bijdragen. Dat geldt ook voor het gebruik van onze bloedproducten, waarbij onderzoekers kijken naar de kruisreactiviteit van bepaalde geneesmiddelen, of wat de effecten zijn van bepaalde geneesmiddelen op bepaalde bloedcomponenten; die willen ze dan eerst in een kweekschaal testen voor ze overstappen op dierproeven.

    Wezenlijke bijdrage aan de wetenschap

    De Bio-Bank is het fysieke bewijs dat alle dieren die hier leven, te allen tijde een bijdrage leveren aan de wetenschap. Zelfs na hun dood, ook als zij hier niet in experiment gaan. Want materiaal dat na hun dood wordt afgenomen, kunnen we nog gebruiken. En dat stimuleert ook weer onderzoek zónder levende dieren!

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image
    BPRC Bio-Bank; possibilities for researchers

    Obtain material for biomedical research as well as for conservation studies.
    Find out more

  • Training

    BPRC houdt zich al een aantal jaren bezig met diertraining, gericht op vrijwillige medewerking van de dieren. Met als doel de experimenten zo soepel en stressvrij mogelijk te laten verlopen. Dat is goed voor het dierenwelzijn én voor het onderzoek.

    Altijd in training

    BPRC bevindt zich in de, voor Europa, unieke situatie dat we trainers in dienst hebben die zich alleen maar bezighouden met de aspecten van het trainen van dieren én het steeds verder verbeteren van verrijking. Training kan een belangrijk onderdeel uitmaken van ons selectieproces voor studies; dieren die sneller en beter meewerken, komen dan eerder in aanmerking voor deelname aan onderzoek.

    De grote doelen van training zijn het welzijn van de dieren verbeteren en de kwaliteit van het onderzoek te verhogen. Vanuit die gedachte zijn de diertrainers van BPRC voortdurend actief met innovatieve methoden om de onderzoeken zo optimaal mogelijk te laten verlopen.

    Urgentie

    Die aandacht voor training is van alle tijden, maar heeft binnen BPRC een grote vlucht genomen sinds 2008/2009, vooral dankzij de nieuwe sociale en experimentele huisvesting. De urgentie om dieren intensiever te trainen om vrijwillig mee te werken, maakte de weg vrij voor de eerste diertrainer. Nu hebben we twee diertrainers in dienst en rond de 28 dierverzorgers, waarvan een aantal ook apen kan trainen. In internationaal verband zijn onze diertrainers ook betrokken bij het verder ontwikkelen van trainingsmethoden. En zij delen hun kennis met andere instituten, onder andere door het geven van lezingen of workshops.

    Vrijwillige medewerking

    We gebruiken trainingsmethoden om dieren zoveel mogelijk vrijwillig te laten meewerken aan onderzoek, zodat ze tijdens bepaalde handelingen in een onderzoek minder stress ervaren. Dat heeft een positief effect op het dierenwelzijn en op de kwaliteit van het onderzoek. Voorbeeld is dat onze dierverzorgers de dieren dankzij de training niet hoeven te ‘squeezen’ om ze een prikje te geven. De kunst is dat ze vrijwillig een lichaamsdeel aanbieden, bijvoorbeeld door ze iets lekkers aan te bieden, zoals een rozijn. Dan zijn ze bereid iets terug te doen.

    Geneesmiddelen via drankje

    Andere voorbeelden van beloningen (‘Positive Reinforcement) zijn limonade, pinda’s en kleine marshmallows. Onze Marmosets doen we ook een groot plezier met ‘gom’, onttrokken uit bomen in Brazilië. We proberen ook geneesmiddelen toe te dienen via een spuit waar ze uit drinken. Daar trainen we intensief op, maar een medicijn in een drankje aanbieden, is in de praktijk vrij lastig, omdat de apen een enorm goed ontwikkelde smaak hebben. En van die bittere smaak van medicijndrankjes houden ze niet. Maar de een is daar makkelijker in dan de ander, en ook hierop selecteren we de apen voor onderzoek.

    Start training

    Het trainen van de apen begint al in de fokkolonie, op heel eenvoudige wijze. Met iets aanpakken uit de hand, op een hele rustige manier. We leren ze ook om uit de spuit te drinken. Die vorm van training ontwikkelen we verder in de andere verblijven. Denk aan het naar de dierverzorger toedraaien voor een prikje, of het openen van de bek om de mond te bekijken. Veelgebruikte methode om speeksel te verzamelen, is iets lekkers op een wattenstaafje doen en ze (de Marmosets) daarop te laten sabbelen. Java- en resusapen laten we op touw bijten, maar daar hoeven niet altijd smaaktoevoegingen aan te pas te komen.

    Extra aandacht en verveling voorkomen

    Afhankelijk van hoe snel ze iets leren, en wat er nodig is voor de betreffende studie, kunnen we ze steeds meer leren. Maar de trainingen staan zeker niet alleen in het teken van onderzoek; de dieren ervaren trainingen als momenten van extra aandacht en zo voorkomen we ook verveling. Wanneer we bijvoorbeeld zien dat een dier stereotype, ongewenst gedrag vertoont, zoals rondjes rennen of heen en weer bewegen door de kooi, dan ondernemen onze trainers meteen actie, in de vorm van een speciaal ontwikkelde training die positief gedrag stimuleert.

    Dierenwelzijn belangrijker dan tijd of geld

    De keerzijde van dieren laten meewerken door training, is dat studies langer kunnen duren en dus ook duurder zijn. Maar die zaken wegen in onze visie niet op tegen het belang van dierenwelzijn. Zo doen wij vingerprikjes (bij de apen uit de dij) om de ontwikkeling van parasieten in het bloed te kunnen volgen. Letterlijk één druppeltje bloed. Vroeger werden die dieren ‘gesqueesht’ voor een druppeltje. Nu zijn onze dierverzorgers de apen intensief aan het trainen om zelf hun voet of been aan te geven. Dat kost veel meer tijd, maar dat hebben we er erg graag voor over.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image
    Meer weten over:
  • Gedragswetenschap

    BPRC besteedt niet alleen volop aandacht aan trainingen, maar is ook zeer actief op het gebied van ‘ethologisch onderzoek’, waarmee we door het observeren van de apen nog betere leefomstandigheden creëren en tot ontdekkingen komen waar andere onderzoekers weer baat bij hebben.

    Apen kijken

    Eens in de zoveel tijd verschijnt er in de media een (vaak grappig) bericht over het onderzoek naar apengedrag. Denk aan nieuwskoppen als 'Praten met je haarplukjes' en ‘Bij makaken is alles poeha’. Grote kans dat BPRC heeft bijgedragen aan zulk onderzoek, want wij besteden veel aandacht aan gedragswetenschap.

    Het welzijn van de dieren blijven verbeteren, is de voornaamste reden dat BPRC in gedragswetenschap investeert. Door het gedrag van de aap beter te begrijpen, kunnen we de huisvesting steeds verder verbeteren. Bovendien weten we dankzij dit onderzoek steeds meer over de evolutie van het gedrag, wat we weer kunnen doortrekken naar de mens.

    In samenwerking met de Universiteit van Utrecht

    We voeren de ethologische onderzoeken uit in samenwerking met de universiteit van Utrecht en onder leiding van hoogleraar Liesbeth Sterk (bekend vanwege haar onderzoek naar seksuele relaties en vriendschappen onder aapsoorten.) Het feit dat wij kunnen garanderen dat de dieren bij BPRC in goede handen zijn, mede omdat we goede zorg en huisvesting te allen tijde kunnen waarborgen, maakt ons voor de universiteit een betrouwbare partner.

    Optimaal wetenschappelijk gedragsonderzoek

    Die vertrouwensrelatie blijkt ook uit het feit dat de universiteit van Utrecht financieel heeft bijgedragen aan onze nieuwe huisvesting en haar eigen kolonie apen aan ons heeft overgedragen en naar onze verblijven heeft verhuisd. Voor gedragsonderzoek is het namelijk van belang dat de apen zo natuurgetrouw mogelijk kunnen leven en dus de grootst mogelijke vrijheid en ruimte genieten. Onze huisvesting voldoet aan deze voorwaarden; het apenverblijf is zodanig opgezet dat onderzoekers én studenten het gedrag van apen optimaal kunnen bestuderen. Alle randvoorwaarden zijn aanwezig voor optimaal wetenschappelijk gedragsonderzoek onder apen.

    Gedragsobservaties

    De samenwerking focust zich vooral op de Java-apen, maar we betrekken ook de andere soorten hierbij. Studenten biologie maken gebruik van alle kennis die wij in huis hebben en ze leren bij ons hoe ze gedragsobservaties moeten uitvoeren. BPRC beschikt over speciale observatiehokken om de apen nauwkeurig te bestuderen en te filmen, waarbij ze letten op onder andere gezichtsuitdrukkingen en geluiden. Het nieuwsbericht over ‘praten met je haarplukjes’ is voortgekomen uit onderzoek dat hier is uitgevoerd.

    Positief bijeffect van gedragswetenschap (en training) is dat het bijdraagt aan de 3V’s (vermindering, vervanging en verfijning). Meer kennis over de apen helpt namelijk om dieren nog gerichter te selecteren voor studies, zodat er minder dieren nodig zijn. En meer kennis draagt bij aan verdere verbetering van huisvesting en zorg.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image
    Meer weten over:
  • Apen helpen

    Alles dat we doen, staat in het teken van de wetenschap, volksgezondheid én dierenwelzijn. Elke subsidie van de overheid en schenking van een fonds helpt bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en de verbetering van de volksgezondheid. Elke vorm van steun draagt ook bij aan de kennis over ziektes én het welzijn van apen, over de hele wereld! Kennis die wij weer kunnen delen met andere partijen die onderzoek verrichten naar mens en dier.

    Apen helpen

    BPRC werkt samen met dierentuinen en zet zich in voor de gezondheid van apen in gevangenschap én in het wild. Onze specialisten controleren ingezonden materiaal op infecties en screenen complete kolonies. Zo maken onderzoekers én apen over de hele wereld dankbaar gebruik van onze kennis.

    Als expertisecentrum op het gebied van virale diagnostiek weten dierentuinen en andere organisaties ons (vanuit de hele wereld) te vinden. Vrijwel dagelijks doen ze een beroep op onze kennis en kunde op het gebied van ‘virale diagnostiek’. Wanneer dieren ziek zijn, bijvoorbeeld, laten ze ons vaststellen of er sprake is van (virus)infecties, en zo ja, welke. Over het algemeen sturen ze bloedmonsters naar ons toe, zodat wij eventuele virussen kunnen detecteren. Zoals het bloed dat van mensen worden afgenomen naar ‘het lab’ gaat. Wij zijn dat lab voor de apenwereld.

    Samenwerking met dierentuinen

    BPRC werkt nauw samen met dierentuinen in heel Europa, wereldwijd zelfs. Veel dierentuinen met apen hebben eens of vaker een beroep gedaan op onze afdeling virologie. De dierentuinen steunen op onze kennis en bij vermoeden van infecties onder apen, weten ze ons snel te vinden. Meestal sturen ze materiaal naar ons, soms gaan onze specialisten naar de dierentuin toe. Zo hebben we eens de complete kolonie bavianen van een bekende dierentuin gescreend op infecties toen ze overgingen naar een nieuwe locatie. Overigens reikt onze kennis verder dan de drie apensoorten binnen BPRC; het kan om alle apensoorten gaan, omdat wij alle testen in huis hebben om (vooral) virussen, en soms ook bacteriën en parasieten, te detecteren.

    Genetische typering

    Wat we ook steeds vaker doen voor dierentuinen, is genetische typering; bijvoorbeeld om te ontdekken hoe zuiver een populatie is, of om een apensoort heel specifiek te bepalen. Voor dierentuinen is een zo zuiver mogelijke populatie belangrijk om inteelt te voorkomen en om zoveel mogelijk dieren te karakteriseren. Genetische typering hebben we uitgevoerd voor onder meer bonobo’s, chimpansees en orang-oetangs.

    Gezondheid apen in het wild

    Wereldwijd worden diverse apensoorten bedreigd met uitsterven. BPRC-onderzoekers werken aan methodes die op een diervriendelijke manier bijdragen aan het behoud van apensoorten. Zo analyseert onze afdeling virologie bloed voor dieren die in opvangcentra zitten om weer ‘losgelaten’ te worden in het wild. Daarvoor is 100% zekerheid nodig dat die apen gezond zijn. In principe sturen opvangcentra hun materiaal ter analyse naar ons toe, maar wanneer nodig reizen we af naar de locatie.

    Op die manier levert BPRC een bijdrage aan de gezondheid van apen in het wild, als het gaat om genetische typering van individuen om zo, bijvoorbeeld, inteelt in het wild tegen te gaan en de ziekten die hierdoor kunnen ontstaan. Die inspanningen hebben onlangs geleid tot deze nieuwe technologie.

    Voortbestaan zeldzame apensoorten

    Dankzij deze samenwerking draagt het wetenschappelijke werk van BPRC niet alleen bij aan de volksgezondheid, maar ook het welzijn van apen over de hele wereld. Dankzij het onderzoek met apen helpt BPRC mee aan het in stand én gezond houden van primatenkolonies, in dierentuinen én in het wild. En zo levert BPRC een wezenlijke bijdrage aan het voortbestaan van zeldzame apensoorten.

     

    TO TOP ^ << HOME

     

    Image