‘Onderzoek naar ziekten waarbij apen nodig zijn'

Merel Langelaar, directeur van het BPRC, was zondagavond 1 maart te gast in het NPO Radio 1-programma Dijkstra & Evenblij ter plekke. In een Rijswijks café sprak zij met presentatoren Frank Evenblij en Els Knaapen over het werk van het onderzoekscentrum en de toekomst van dierproeven. Ook aan tafel zat Jorke Willemse, onderzoeker op het gebied van organoïden bij het Erasmus MC.
De directeur legde uit dat BPRC onderzoek doet naar ernstige hersenziekten zoals Parkinson en Alzheimer en infectieziekten als griep, COVID-19 en hiv. Bij een deel van de studies worden non-humane primaten ingezet.
Op het terrein wonen ongeveer duizend makaken: resusapen en java-apen, die allemaal in het centrum geboren zijn. De apen leven in sociale familiegroepen, met ouders, broers, zussen en andere familieleden in ruime verblijven met uitgebreide speel- en klimmogelijkheden.
Pas wanneer ze minimaal vier jaar oud zijn, kunnen ze worden ingezet voor onderzoek. Dat gebeurt alleen bij studies waarvoor geen alternatieve onderzoeksmethoden beschikbaar zijn. “We hebben geen apen om onderzoek te doen met apen,” zegt Langelaar. “We doen onderzoek naar ziekten waarbij soms apen nodig zijn.”
Is afbouw in vijf jaar haalbaar?
Een Kamermeerderheid vindt dat dierproeven moeten worden afgebouwd en dat de subsidie binnen vijf jaar kan verdwijnen. Volgens Jorke Willemse is die termijn niet realistisch. “De ontwikkelingen gaan snel en onze gereedschapskist wordt steeds uitgebreider. Maar om de complexe interacties in een volledig lichaam na te bootsen zonder dieren, zijn we nog niet ver genoeg.”
De onderzoeker werkt met organoïden: driedimensionale mini-orgaantjes die in het lab worden gekweekt. Ooit was het idee om volledig transplantabele levers te maken om het donortekort op te lossen. “Dat is nog niet gelukt. Maar met organoïden kunnen we wel ziekteprocessen beter nabootsen en medicijnen voortesten.”
Dierproeven als laatste stap
Sinds de oprichting werkt het BPRC volgens de drie V’s: vervanging, vermindering en verfijning. Ook wordt veel gewerkt met celkweken, computermodellen en organoïden. Toch hebben alternatieven hun grenzen. “Wat je met een organoïde niet kunt onderzoeken, is de complexe wisselwerking tussen verschillende organen en weefsels in één lichaam,” zegt Jorke Willemse. “Daar kunnen we geen concrete termijn op plakken.”
Critici stellen dat de vertaalslag van aap naar mens vaak tekortschiet. Merel Langelaar begrijpt die zorg, maar wijst erop dat primaten sterk op mensen lijken en vergelijkbare ziekten ontwikkelen. “Hun immuunsysteem reageert vergelijkbaar. Wereldwijd wordt daarom nog veel met primaten gewerkt.”
Volgens haar helpt primatenonderzoek bovendien om nieuwe humane modellen te valideren. “Als je een medicijn test in een menselijk mini-orgaantje, wil je niet direct de stap naar patiënten maken zonder extra zekerheid.”
Enquête
Uit een enquête onder 270 Nederlandse onderzoekers blijkt dat ruim 80 procent aangeeft voor hun type onderzoek primaten nodig te hebben. Meer dan 90 procent verwacht daarin de komende vijf jaar geen verandering.
Wat als de subsidie stopt? Het afbouwen van subsidie zou volgens Langelaar grote gevolgen hebben. “Dan hebben wij een serieus probleem en vooral onze dieren. Je wilt niet besparen op hun zorg. En als het onderzoek hier stopt, betekent dat niet dat het wereldwijd stopt. Het verplaatst zich dan naar landen met lagere welzijnsnormen.”
Onderzoeker Jorke Willemse hoopt dat dierproeven op termijn niet meer nodig zijn. “Maar dat vraagt intensieve samenwerking en blijvende investeringen in alternatieven. Met gedeelde kennis kunnen we veel bereiken.” Het volledige gesprek is terug te luisteren en te kijken via deze link.
