Home Nieuws ‘Complexe ziekten vragen om het hele onderzoeksplaatje’

‘Complexe ziekten vragen om het hele onderzoeksplaatje’

Geplaatst op 24-3-2026 , in categorie Nieuws
blog tbscience2018 1

Het BPRC is opgelucht na de stemming in de Tweede Kamer over het amendement van Queeny-Aimée Rajkowski (VVD). Dat amendement voorkomt dat geld voor biomedisch onderzoek verplicht alleen naar proefdiervrije methoden gaat. Voor Jan Langermans, adjunct-directeur BPRC en hoogleraar welzijn van proefdieren aan de Universiteit Utrecht, voelt dat als een belangrijke stap terug naar realisme. “We zijn hier echt blij mee”, zegt hij. “Dit zorgt ervoor dat we essentieel onderzoek naar ernstige ziekten kunnen blijven doen.”

Hij vervolgt: “We doen onderzoek en zorgen tegelijk dat het welzijn van de dieren die we daarbij gebruiken zo goed mogelijk wordt waargeborgd.”

Volgens Langermans gaat het niet om een keuze voor of tegen alternatieve onderzoeksmethoden, maar om wat op dit moment mogelijk is. “De ambitie om dierproeven te vervangen, delen we volledig. Maar je moet ook eerlijk zijn over waar we nu staan. Er zijn nog nauwelijks alternatieve methoden die hetzelfde kunnen onderzoeken bij dit soort complexe ziekten.”

Grote, maatschappelijke ziekten

Bij het BPRC draait het onderzoek om grote, maatschappelijke ziekten. “We werken aan infectieziekten zoals tuberculose, malaria, griep, covid, maar ook aan neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer en Parkinson”, legt Langermans uit. 

Dat soort ziekten laten zich nog niet in een petrischaal vangen. “Het gaat om complexe interacties in het hele lichaam. Het immuunsysteem, de hersenen. Alles grijpt op elkaar in. Dat kun je in vitro nog niet nabootsen.” 

Juist daarom worden soms apen ingezet bij biomedisch onderzoek. “Omdat ze op belangrijke punten op mensen lijken, zeker als het gaat om het afweersysteem en de hersenen. Andere diermodellen geven daar minder betrouwbare informatie.”

Volgens hem is dat geen makkelijke keuze. “Het is en blijft een gevoelig onderwerp, ook voor ons. Je ziet die dieren, je identificeert je ermee. Maar ik zie ook patiënten. Mensen die ernstig ziek zijn of overlijden. En dan denk ik: ‘daar moeten we oplossingen voor vinden’.”

Schok en opluchting

De opluchting over de huidige stemming is groot, mede omdat het eerder anders leek te lopen. Langermans herinnert zich nog goed hoe hij reageerde toen een amendement van de Partij voor de Dieren - met één stem meer voor dan tegen - vorige zomer werd aangenomen. Dit bepaalde dat het onderzoeksgeld van het BPRC in de toekomst alleen nog voor proefdiervrij onderzoek mag worden gebruikt. 

“Ik was echt geschokt”, zegt hij. “Dat een instituut dat zo’n belangrijke rol heeft gespeeld, bijvoorbeeld tijdens de coronapandemie toen hier vaccins werden getest, met één stem verschil in zo’n moeilijke positie kon komen.”

Wat hem daarbij ook raakte, is dat het debat volgens hem vaak eenzijdig wordt gevoerd. “Mensen zien alleen de aap en dat begrijp ik. Maar ze zien niet altijd wat dat onderzoek oplevert voor patiënten. En die kant moeten wij beter blijven uitleggen en laten zien.”

Meer dan alleen wetenschap

Er speelt volgens Langermans nog iets anders. Als dit type onderzoek uit Nederland verdwijnt, stopt het niet: het verplaatst zich naar andere delen van de wereld. “Ik geloof niet dat het ophoudt”, zegt hij. “Maar ik weet wel dat het dan verschuift naar landen waar dierenwelzijn minder goed gewaarborgd is dan hier in Europa. Daarmee verlies je juist grip op hoe dat onderzoek gebeurt.”

Daarnaast heeft het gevolgen voor de positie van Nederland als kennisland. “Je raakt belangrijke wetenschappelijke kennis kwijt. Innovaties ontstaan dan elders, terwijl je ze hier wel nodig hebt voor patiënten. Dat maakt je afhankelijk van andere landen.”

Unieke positie

Het BPRC heeft volgens Langermans juist een sterke uitgangspositie om dit onderzoek zorgvuldig te doen. “We hebben een eigen fokkolonie, waardoor we onafhankelijk zijn en dieren onder gecontroleerde, goede omstandigheden kunnen houden”, zegt hij. 

Op het terrein leven ongeveer duizend apen in sociale groepen, in ruime verblijven met veel speel- en klimmogelijkheden. “We kennen hun achtergrond, hun gezondheid, hun genetica. Dat maakt het mogelijk om onderzoek over langere tijd zorgvuldig te volgen en beter te begrijpen wat er gebeurt.”

Daarnaast wordt materiaal van dieren die overlijden, gebruikt voor vervolgonderzoek, via diverse biobanken. “Daarmee halen we zoveel mogelijk kennis uit zo min mogelijk dieren. En kunnen onderzoekers wereldwijd daarvan leren, zonder nieuwe dieren te hoeven gebruiken.”

Realisme en vooruitgang

Voor de toekomst verwacht Langermans dat alternatieve onderzoeksmethoden verder groeien, maar niet alles snel kunnen vervangen. “Ik denk eerlijk gezegd dat ik niet meer ga meemaken dat we onderzoek naar ernstige ziekten volledig zonder dieren kunnen doen”, zegt hij. “Wel dat we steeds minder dieren nodig hebben. En daar werken we elke dag aan.”

De stemming in de Kamer ziet hij als steun voor die koers. “Blijf investeren in alternatieven, maar houd ook ruimte voor onderzoek dat nu nog nodig is. Dat is geen tegenstelling, dat is hoe vooruitgang werkt.” 

Hij vat het simpel samen: “Als het zonder dieren kan, doen we het zonder dieren. Maar waar het nog niet kan, moet je die deur niet dichtgooien.”