Een veelbelovend malariavaccin

Een veelbelovend malariavaccin dat in vroege studies tot 90 procent bescherming laat zien, gaat een volgende fase in. Tijdens een bijeenkomst in Antwerpen deelden onderzoekers van het Europese CAPTIVATE-consortium, waaronder het BPRC, onlangs nieuwe resultaten en bepaalden zij de vervolgstappen.
Het CAPTIVATE-project maakt deel uit van de portfolio van de European Vaccine Initiative (EVI) en brengt partners uit heel Europa samen, waaronder het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) en het Leiden University Medical Center (LUMC). Het project is gefinancierd door de Europese Unie via het Horizon Europe-programma.
“Het projectoverleg in Antwerpen was bedoeld om resultaten te delen, maar ook om elkaar te zien”, vertelt Erica Pasini, malariaonderzoeker bij BPRC en deelnemer aan het consortium. “Je werkt maandenlang intensief samen. En dan zit je ineens met elkaar in één ruimte. Dat geeft energie. Je merkt: we doen dit echt samen.”
‘Dit werk stopt niet om vijf uur’
Die samenwerking is hard nodig, want het doel van CAPTIVATE, voluit CorrelAtes of Protective immuniTy-driven Investigation of malaria VAccine combinaTion stratEgies is ambitieus. Het doel is het ontwikkelen van een effectiever vaccin tegen Plasmodium falciparum, de meest dodelijke vorm van malaria. Achter dat doel gaan jaren van onderzoek schuil. Lange dagen, en soms ook nachten in het lab. Experimenten die niet altijd in één keer lukken. Opnieuw beginnen, bijstellen en doorgaan.
“Dit werk stopt niet om vijf uur”, zegt Erica Pasini. “Er zit veel tijd en toewijding in. Juist daarom is het bijzonder om nu te zien dat we echt stappen zetten.”
Verzwakte variant
En die stappen zijn er. Binnen het consortium is een nieuwe aanpak ontwikkeld waarbij niet alleen delen van de parasiet worden gebruikt in een vaccin, maar een volledige, gecontroleerde en verzwakte variant van de malariaparasiet zelf.
“Na vaccinatie bereikt de parasiet de lever, net zoals bij een echte infectie”, legt de onderzoeker uit. “Maar hier zit het verschil: deze verzwakte variant is zo gemaakt dat hij daar stopt. Hij kan zich niet verder ontwikkelen en vermenigvuldigen. Daardoor krijgt het immuunsysteem de kans om de parasiet precies op dat vroege moment te herkennen en uit te schakelen, nog voordat hij in de bloedbaan komt en ziekte kan veroorzaken.”
Daarmee verschilt deze aanpak fundamenteel van bestaande vaccins, die vaak alleen losse onderdelen van de parasiet gebruiken. Op dit moment bieden die in het veld tussen ongeveer 30 en 75 procent bescherming. In vroege studies van het LUMC laat deze nieuwe strategie veelbelovende resultaten zien, met bescherming die kan oplopen tot 90 procent.
Dichter bij de werkelijkheid
Toch is Erica Pasini voorzichtig optimistisch. “Wat in een gecontroleerde omgeving werkt, werkt niet automatisch in het veld. In gebieden waar malaria veel voorkomt, zien we vaak dat effectiviteit afneemt. We willen begrijpen waarom dat gebeurt.”
Daar ligt een belangrijke rol voor het BPRC. Door onderzoek te doen naar de weefsels van apen, kunnen onderzoekers beter begrijpen hoe het immuunsysteem reageert en waar het verschil zit tussen lab en praktijk.
“We kunnen veel dieper kijken naar wat er in het lichaam gebeurt”, zegt Erica. “Welke immuunreacties worden geactiveerd? Waarom werkt het soms wel en soms minder goed? Dat soort vragen proberen we te beantwoorden.”
Belangrijke mijlpaal
Tijdens de bijeenkomst van CAPTIVATE kwamen al die perspectieven samen. Immunologen, artsen, ingenieurs, parasitologen, vaccinontwikkelaars, datawetenschappers: ieder met hun eigen expertise, maar met hetzelfde doel voor ogen. En minstens zo belangrijk: het menselijke contact.
“Tussen de sessies door praat je met elkaar, eet je samen, deel je ervaringen”, vertelt de malariaonderzoeker. “Dat is waar samenwerking echt ontstaat. Niet alleen in presentaties, maar juist ook daarbuiten.”
Een belangrijke mijlpaal is inmiddels bereikt, vertelt Erica. “Het is ons gelukt om een vorm van de apenmalariaparasiet die in de lever stopt, te ontwikkelen en te produceren voor onderzoek. Deze variant komt overeen met de malaria die in de mens voorkomt. Dat geeft het consortium nieuwe mogelijkheden om sneller stappen te zetten.”
De komende maanden worden belangrijk. In juni worden de eerste resultaten van het onderzoek met apen verwacht. Daarbij krijgen we ook belangrijke monsters die ons helpen beter te begrijpen hoe het afweersysteem bescherming opbouwt.
Daarna volgen nieuwe studies, bijvoorbeeld om te begrijpen hoe het vaccin werkt bij mensen die al eerder malaria hebben gehad.
‘Je ziet dat al dat werk ergens naartoe leidt’
Het ontwikkelen van een vaccin kost tijd. Vaak jaren. Maar volgens Erica zijn dit de momenten die laten zien waarom dat de moeite waard is. “Je ziet dat al dat werk ergens naartoe leidt”, zegt ze. “En dat je dat samen doet, met mensen uit verschillende landen, met verschillende expertises, maar met één doel. Stap voor stap werken we richting een vaccin dat echt verschil kan maken.”
