Home Nieuws Spelen virussen een rol bij de ziekte van Parkinson?

Spelen virussen een rol bij de ziekte van Parkinson?

Geplaatst op 10-4-2026 , in categorie Onderzoek
nb parkinson jm

Parkinson is de snelst groeiende neurologische aandoening ter wereld. Toch weten we nog steeds niet precies hoe de ziekte ontstaat. Steeds vaker wijzen onderzoekers in de richting van virussen. Bij het BPRC wordt onderzocht of infecties, zoals bij COVID-19, daarbij een rol spelen. “Als we beter snappen wat er in de hersenen gebeurt na een infectie, kunnen we misschien eerder ingrijpen, nog voordat mensen echt ziek worden”, zegt neurowetenschapper Jinte Middeldorp. 

“We weten al langer dat virale infecties, zoals bijvoorbeeld griep, een risicofactor kunnen zijn”, vertelt Jinte Middeldorp, hoofd van de afdeling neurobiologie en veroudering bij BPRC. “Na de Spaanse griep in 1918 zagen artsen bijvoorbeeld dat er daarna meer mensen Parkinsonisme ontwikkelden.” Dat is een verzamelnaam voor neurologische aandoeningen die lijken op de ziekte van Parkinson. 

Die aanwijzingen zijn er ook nu. In grote bevolkingsstudies wordt onderzocht of er na de coronapandemie meer mensen bijkomen met bijvoorbeeld Parkinson of Alzheimer. Maar dit soort studies laten vooral het eindpunt zien. Wat er in de hersenen gebeurt, veel eerder in het ziekteproces, blijft vaak onzichtbaar of buiten beeld. “De eerste symptomen van Parkinson en Alzheimer beginnen namelijk al zo’n vijftien jaar voordat mensen met klachten naar de dokter gaan.”

Wat zien onderzoekers in de hersenen na een infectie?

En juist daar zit de kracht van het onderzoek van BPRC, stelt Jinte. Tijdens het onderzoek, waarvoor BPRC subsidie kreeg van Parkinson Nederland, worden hersenen van apen die een SARS-CoV-2-infectie hebben doorgemaakt uit onze hersenbank, vergeleken met die van gezonde dieren die niet geïnfecteerd zijn geweest. Omdat deze dieren onder gecontroleerde omstandigheden leven en uitgebreid worden gevolgd, kunnen onderzoekers heel precies zien wat er verandert. “Bij mensen is het vrijwel onmogelijk om dit zo precies te volgen.” 

In een specifiek hersengebied, de substantia nigra, zien de onderzoekers iets opvallends. Daar zitten de dopaminecellen die bij Parkinson verloren gaan. Na een SARS-CoV-2-infectie zien we een significant lager aantal van deze cellen, wanneer je de aantallen vergelijkt met hersenen van controledieren. “Het is niet zo sterk als bij Parkinson, maar we kunnen het wel duidelijk meten”, zegt Jinte. 

Daarnaast zien onderzoekers ontstekingsreacties in de hersenen met veranderingen in afweercellen (gliacellen): cellen die normaal beschermen, maar bij langdurige activatie ook schade kunnen veroorzaken. 

Het zijn signalen dat het immuunsysteem actief is in de hersenen, iets wat ook bij Parkinson en Alzheimer een rol speelt. De dieren krijgen zelf geen Parkinson, legt ze uit. “Maar wat ze laten zien, is mogelijk een vroege stap in het ziekteproces.”

Deze bevindingen sluiten aan bij ander onderzoek. Zo zijn in studies van het Amsterdam UMC met hersenweefsel van mensen die overleden zijn aan COVID-19 vergelijkbare veranderingen gezien, waaronder verlies van dopaminecellen. Ook uit laboratoriumonderzoek met zenuwcellen in kweekschaaltjes blijkt juist dat dit type zenuwcellen kwetsbaar is voor het virus. 

Schade die niet meteen stopt

Wat het BPRC-onderzoek bijzonder maakt, is dat onderzoekers niet alleen naar één moment kijken, maar het proces in de tijd volgen. Ze volgen veranderingen 7 en 22 weken na infectie en inmiddels ook tot 12 maanden erna. 

Onderzoekers analyseren hersenvocht van vóór en na infectie. Daarin zien ze een eiwit dat vrijkomt als zenuwcellen beschadigd raken. Dat eiwit blijft verhoogd, zelfs maanden na de infectie. Dat betekent dat het proces niet meteen stopt.

“Zelfs twaalf maanden later zien we nog signalen van schade aan zenuwcellen,” vertelt Jinte. Dat roept belangrijke onderzoeksvragen op. Wordt het in de tijd erger? Of stabiliseert het? En wat betekent dit voor mensen die een infectie hebben doorgemaakt?

Vroege signalen van een ziekte die pas later zichtbaar wordt

Parkinson ontstaat niet ineens, vervolgt Jinte haar verhaal. De ziekte ontwikkelt zich geleidelijk en begint vaak al tien tot vijftien jaar voordat de eerste klachten zichtbaar worden. Dat maakt het lastig om oorzaken te vinden. Tegen de tijd dat iemand naar de dokter gaat, is het proces al lang bezig. Dit onderzoek probeert juist die vroege fase zichtbaar te maken.

“We denken dat infecties een soort trigger kunnen zijn,” zegt Jinte. “Niet als de enige oorzaak, maar iets dat het proces in gang zet, en mogelijk zijn sommige mensen daar gevoeliger voor.” 

Dat kan ook verklaren waarom niet iedereen die een virus doormaakt ziek wordt. Het gaat waarschijnlijk om een combinatie van factoren.

De grote vragen voor de komende jaren

Het onderzoek staat nog aan het begin, maar de richting is duidelijk. Onderzoekers willen beter begrijpen wat de rol is van infecties, en hoe dat samenhangt met andere factoren. Denk aan meerdere infecties achter elkaar, combinaties met andere virussen en veroudering. Maar ook aan de vraag of vaccinatie een beschermend effect kan hebben.

Daarnaast kijken de onderzoekers breder naar hoe Parkinson ontstaat. Niet alleen in een gebied, maar in meerdere hersenregio’s die betrokken zijn bij de ziekte. Met technieken, zoals RNA-sequencing, willen ze in kaart brengen welke processen daarbij een rol spelen. 

Er zijn ook aanwijzingen dat de ziekte niet altijd in de hersenen begint, legt de neurowetenschapper uit. Soms lijkt het proces juist in de darmen te starten, mogelijk onder invloed van het microbioom. Verder worden darmziekten in verband gebracht met een verhoogd risico op Parkinson.

Ook reukverlies, een bekend vroeg symptoom, wijst op betrokkenheid van hersengebieden die direct in contact staan met de buitenwereld. Wat de route ook is, het doel is hetzelfde: eerder begrijpen wat er gebeurt. Daar ligt de sleutel, stelt Jinte. “Als je eerder weet wie risico loopt, kun je misschien ook eerder ingrijpen. En dat is uiteindelijk waar we naartoe willen.”