Home Nieuws Nieuwe tracer voor ontstekingen werkt anders dan gehoopt

Nieuwe tracer voor ontstekingen werkt anders dan gehoopt

Geplaatst op 16-4-2026 , in categorie Onderzoek

Een nieuwe tracer die ontstekingen in het lichaam zichtbaar moet maken, blijkt minder geschikt dan gedacht. Dat blijkt uit onderzoek van PhD-student Julia van der Bie. Haar bevindingen zijn gepubliceerd in Molecular Imaging and Biology — haar eerste wetenschappelijke publicatie. 

pet ct JB fantoom

Een nieuwe tracer die ontstekingen in het lichaam zichtbaar moet maken, blijkt minder geschikt dan gedacht. Dat blijkt uit onderzoek van PhD-student Julia van der Bie. Haar bevindingen zijn gepubliceerd in Molecular Imaging and Biology — haar eerste wetenschappelijke publicatie. Die volgde kort na een andere mijlpaal: haar eerste presentatie op een internationaal congres.

“Best spannend, maar vooral heel leuk om te doen”, vertelt Julia. “Dat de tracer nog niet doet wat we hoopten, is jammer, maar ook waardevol. Andere onderzoekers kunnen hierop voortbouwen.”

Het volledige onderzoek kun je hier teruglezen.

Een bekend probleem

Ontstekingen spelen een belangrijke rol bij veel ziekten. Om ze zichtbaar te maken, gebruiken onderzoekers radioactieve stoffen — zogeheten tracers — in combinatie met PET-scans. “Eigenlijk zijn het gewoon twee stoffen waarmee we ontstekingen proberen te zien,” zegt Julia. “De ene stof wordt al langer in de kliniek gebruikt, terwijl de andere een nieuwe ontwikkelde variant is. We wilden kijken of die nieuwe beter werkt, maar dat bleek niet zo te zijn.”

De oudere, veelgebruikte tracer [18F]DPA-714 heeft een belangrijk nadeel: de werking verschilt per persoon. “Bij de ene persoon bindt die goed, bij de andere niet. Dat komt door genetische variatie. En dat wil je eigenlijk niet. Je wil iets hebben dat altijd werkt.”

Daarom werd een nieuwe variant ontwikkeld: [18F]DPA-814, die dit probleem zou moeten omzeilen en eerder veelbelovende resultaten liet zien.

Door het hele lichaam kijken

In de studie onderzochten Julia en collega’s of deze nieuwe tracer ook werkt in een model voor COVID-19. Resusmakaken die waren geïnfecteerd met het virus werden een jaar lang gevolgd.

Ze werden meerdere keren gescand, zodat onderzoekers konden zien hoe ontstekingen zich ontwikkelden en hoe beide tracers zich in het lichaam gedroegen — onder andere in de longen en de hersenen. “Met PET-CT kun je eigenlijk door het hele lichaam kijken,” zegt Julia. “Dat is ook waarom ik dit onderzoek zo interessant vind. Je ziet niet één klein stukje, maar het grotere geheel.”

‘Hoe werkt iets nou echt? ’ 

Julia rolde stap voor stap in dit onderzoek. Na haar hbo-opleiding in biologie en medisch laboratoriumonderzoek merkte ze dat ze de theoretische achtergrond miste. Daarom stapte ze over naar de universiteit en volgde ze de studie biomedische wetenschappen. “Op het hbo werkte ik veel in het lab, maar ik wilde beter begrijpen wat erachter zit. Hoe werkt iets nou echt?”

Tijdens haar studie ontdekte ze haar interesse in imaging. “Met een microscoop kijk je naar een klein stukje. Met PET-CT kun je juist het hele lichaam volgen. Dat vond ik meteen heel interessant.”

Uiteindelijk draait het voor haar om impact. “Als we beter kunnen zien wat er in het lichaam gebeurt, kunnen we ook beter begrijpen hoe ziekten ontstaan.” Ze benadrukt daarbij dat onderzoek stap voor stap gaat: “Niet deze studie op zichzelf, maar als je zo steeds verder bouwt, kom je uiteindelijk dichter bij oplossingen.”

Op verder bouwen

De uitkomst was duidelijk: de nieuwe tracer laat een ander opnamepatroon zien in het lichaam dan de bestaande variant. In de longen was [18F]DPA-814 wel zichtbaar, maar minder geschikt om specifieke ontstekingsplekken betrouwbaar aan te tonen. Ook in de hersenen werden duidelijke verschillen gezien. “Het patroon van die nieuwe tracer is gewoon anders,” zegt Julia. “Daardoor kun je hem niet op dezelfde manier gebruiken als de oude.”

De nieuwe tracer is voorlopig niet geschikt als vervanger van [18F]DPA-714 — vooral niet voor onderzoek naar ontstekingen in longen en hersenen. Dat klinkt als een tegenvaller, maar dat is het niet. “Juist dit soort resultaten zijn belangrijk. Nu weten we: zo werkt het dus niet. En daar kunnen andere onderzoekers weer op verder bouwen.”

De volgende stap

De volgende stap ligt bijvoorbeeld bij chemici, die de tracer mogelijk kunnen aanpassen. “Je gaat dan kijken: waarom werkt hij niet zoals verwacht? En hoe kunnen we dat verbeteren?”

Tracers zoals deze worden gebruikt om ontstekingen zichtbaar te maken bij allerlei ziekten, van Alzheimer en multiple sclerosis tot infecties en longziekten.

Voor Julia is de motivatie helder: “Als we beter kunnen zien wat er in het lichaam gebeurt, kunnen we uiteindelijk ook beter begrijpen hoe ziekten ontstaan en hopelijk iets betekenen voor patiënten.”