Home Nieuws Op het BPRC-terrein zoemen honderdduizenden bijen rond

Op het BPRC-terrein zoemen honderdduizenden bijen rond

Geplaatst op 1-6-2026 , in categorie Nieuws
nb bijen

Tussen de groene hagen achterop het terrein van het BPRC loopt imker Maarten rustig van bijenkast naar bijenkast. Terwijl duizenden honingbijen af en aan vliegen, tilt hij zonder aarzeling een raam vol zoemende insecten omhoog. Rustig pratend wijst hij op glanzende honingraten, vers stuifmeel en bijen die bezig zijn om sommige openingen dicht te smeren met ‘propolis’. Voor hem is het dagelijkse kost. “Ik kan hier uren over praten”, zegt hij lachend. “Ja, ik ben wel een bijennerd.’

Dat blijkt geen overdrijving. Zodra Maarten begint te vertellen over bijen, hommels, koninginnen, honing of insectengedrag, volgt vanzelf het ene verhaal na het andere. Op het terrein van het BPRC beheert hij meerdere bijenvolken. In één grote kast leven wel 40.000 tot 50.000 bijen samen. In totaal vliegen op het terrein van het onderzoeksinsituut een paar honderdduizend honingbijen rond.

Toch oogt het verrassend rustig. De bijen vliegen af en aan langs de hoge hagen, verdwijnen tussen de bomen een stuk verder of vlijen neer tussen de wilde bloemen tussen het gras. Om daarna terug naar hun kast te keren. Volgens Maarten zijn honingbijen over het algemeen rustig van aard. “Ze zitten hier bovendien niemand in de weg”, vertelt hij. “En andersom kan ook niemand de bijen lastigvallen.”

Een bijenparadijs

Hij kiest de locaties voor zijn bijenkasten bewust uit. Via Google Maps zoekt hij naar groene, beschutte plekken waar voldoende voedsel te vinden is. Het terrein van het BPRC bleek vrijwel ideaal. “Toen ik hier kwam, bleek het nog groener dan ik dacht.” Vooral de lange hagen maken het een bijenparadijs. “Als die straks weer helemaal in bloei staan, hebben de bijen hier enorm veel voedsel.”

Maartens fascinatie voor de zoemende insecten begon al vroeg. Hij groeide op in de polder en bracht  als kind uren buiten door. “Ik was altijd in slootjes aan het spelen en insecten aan het bekijken”, vertelt hij. Vooral kleine dieren trokken zijn aandacht. “Kleine beestjes vond ik altijd fascinerend.”

Later verschuift zijn focus naar sport. Hij wordt fanatiek trailrunner, doet offroad triatlons en loopt urenlang door natuurgebieden. Tegelijkertijd verdiept hij zich steeds meer in gezonde voeding en natuurlijke producten. “Ik maakte zelf sportgelletjes van biologische honing”, vertelt hij enthousiast. In die periode ontstaat langzaam ook het idee om ooit imker te worden. Door rugklachten komt dit plan in een stroomversnelling. “Ik zei altijd: als ik ooit niet meer kan hardlopen, dan word ik imker en begin ik een grote moestuin.”

Koninginnengelei

Wanneer Maarten een bijenkast opent, merk je direct wat hem zo aantrekt in het imkeren. Hij raakt gefascineerd door alles wat zich binnen een bijenvolk afspeelt. In één kast leven tienduizenden bijen samen en toch lijkt iedere bij precies te weten wat ze moet doen. Tijdens hun leven krijgen de dieren bovendien voortdurend andere taken binnen het volk. “Mensen denken vaak alleen aan honing”, zegt hij, “maar wat er in zo’n kast gebeurt is veel ingewikkelder dan dat.”

Volgens hem is honing bovendien maar een klein onderdeel van wat bijen produceren. Bijen bouwen complete raten van was, beschermen hun kast met propolis, verzorgen larven met koninginnengelei en communiceren voortdurend met elkaar. “De bijen maken eigenlijk vijf bruikbare producten”, legt hij uit. Naast honing produceren ze ook bijenwas, propolis, koninginnengelei en bijengif. Elk product heeft volgens hem weer zijn eigen bijzondere eigenschappen en toepassingen.

Bijenwas kennen de meeste mensen nog wel van kaarsen of verzorgingsproducten. De bijen maken de was zelf via kleine klieren in hun lichaam. Daarmee bouwen ze de bekende zeshoekige honingraten. Propolis is al veel minder bekend. Dat harsachtige goedje gebruiken bijen om kieren en openingen in hun kast dicht te smeren. “Dat heeft antiseptische werking”, vertelt hij. De bijen beschermen er hun kolonie mee tegen schimmels en bacteriën.

Het klinkt bijna als sciencefiction

Zelf oogst hij de propolis met speciale matjes boven op de kast. Daarna verwerkt hij het tot tincturen en experimenteert hij met een propoliszalf. “Ik ben al twee jaar bezig met productontwikkeling”, zegt hij lachend. “Dat is nog best ingewikkeld.”

Ook koninginnengelei blijft hem fascineren. Het klinkt bijna als sciencefiction wanneer hij uitlegt hoe een bijenkoningin ontstaat. Een jonge koningin gaat op bruidsvlucht en wordt hoog in de lucht door meerdere darren bevrucht. Dat sperma bewaart ze vervolgens haar hele leven. Nog opmerkelijker: uit exact hetzelfde eitje kan óf een gewone werkbij óf een koningin ontstaan. Het verschil zit volledig in het voedsel dat de larve krijgt. “Dat noemen we koninginnengelei”, vertelt hij. “Dat triggert blijkbaar iets in het DNA waardoor het een koningin wordt.”

Wie met Maarten praat, merkt al snel dat zijn interesse veel verder gaat dan alleen honingbijen. Thuis houdt hij zich ook bezig met metselbijen en hommels. In zijn tuin hangen speciale bijenhotels waar metselbijen nestelen. Die bouwen kleine kamertjes van modder of blaadjes waarin ze stuifmeel en eitjes achterlaten. Ook redt hij regelmatig hommelnesten. Hij geniet zichtbaar van de enorme verschillen tussen al die soorten. “Mensen bellen me soms helemaal in paniek omdat ze denken dat ze een bijenzwerm hebben”, vertelt hij lachend. “En dan blijken het hommels of metselbijen te zijn.”

Verdwaalde bij

Zelf kijkt Maarten inmiddels nauwelijks meer op van een verdwaalde bij in huis of in de auto. Regelmatig ontdekt hij thuis nog een bij in zijn tas of blijkt er eentje mee naar binnen te zijn gevlogen nadat hij zijn imkerpak heeft uitgetrokken. Zijn vrouw ervaart dat soms nét iets anders. “Ik kijk niet zo nauw op een bijtje meer of minder”, zegt hij lachend. “Mijn vrouw vindt dat iets minder prettig.”

Toch begrijpt zijn vrouw zijn enthousiasme inmiddels wel. Ze maakte eerder namelijk ook al zijn fanatieke hardloopperiode mee. “Daar was ik waarschijnlijk nóg meer tijd aan kwijt”, zegt hij met een glimlach.

Ondertussen blijft hij voortdurend nieuwe dingen ontdekken. Hij experimenteert met honingraatverkoop, verwerkt propolis in tincturen en zalven en denkt na over manieren om meer uit een bijenkast te halen. “Als ik ze toch al in een kast houd, dan wil ik ook volledig gebruikmaken van alles wat ze te bieden hebben”, zegt hij.

Daarbij benadrukt hij dat imkeren ergens tussen natuur en veehouderij in zit. “Ik ben een boer met bijen. Het is niet honderd procent natuur. Maar het grenst er wel heel dicht aan.”