De eerste stappen in het vogelgrieponderzoek zijn gezet

26 Feb 2021 | Terug naar Nieuws, publicaties en jaarverslagen
Dutch

Image

 

Virussen die overspringen van dier naar mens kunnen gevaarlijke situaties opleveren. De huidige covid-pandemie is daar een extreem voorbeeld van. Een ander virus dat hoog op de risicolijst staat is het vogelgriepvirus. Om een voorsprong te hebben voor het geval het ooit echt mis gaat, wordt er nu al onderzoek naar gedaan.

Onder wetenschappers is het vogelgriepvirus beter bekend als H5N1. De naam vogelgriepvirus is een beetje misleidend want ondanks dat het voornamelijk een vogelvirus is, infecteert het ook mensen. Vaak blijft infectie beperkt tot een luchtweginfectie maar soms treden complicaties op. Ongeveer drie tot vijf van de honderd infecties lopen fataal af.

Nederland pluimveeland

Een vogelgriepuitbraak ligt altijd op de loer. Zeker in Nederland met een grote pluimveesector. Daarom moeten we ons ook voorbereiden op een eventuele uitbraak van H5N1. Een belangrijke stap daarbij is het opzetten van een zogenaamd proefdiermodel. Niet uit gewoonte maar omdat je de interactie tussen een virus en een lichaam nu eenmaal niet kunt nabootsen in een computermodel of kweekcellen.

Waarom is een diermodel nodig?

In mensen kun je niet onderzoeken wat er tijdens de (asymptomatische) incubatieperiode gebeurt. Maar dat is wel belangrijk om te weten voor de ontwikkeling van vaccins en medicijnen. Je kunt ook niet onderzoeken of de manier waarop iemand het virus opliep gevolgen heeft voor het ziekteverloop. Dit soort vragen kunnen we nog niet beantwoorden zonder proefdieren.

Ziekteverloop minder ernstig via aerosolen

In de studie die we hier beschrijven stelden we resusapen op verschillende manieren bloot aan het vogelgriepvirus. De eerste groep kreeg het virus via vloeistofdruppels in de neus, keel en long en de andere groep door het inademen van een wolk met vernevelde virusdruppeltjes, zogeheten “aerosolen”. Daarna bestudeerden we het ziekteverloop. De lichaamstemperatuur werd 24/7 gemeten en de dieren ondergingen regelmatig een CT-scan zodat we de longen konden bekijken. De dieren die het virus via aerosolen binnenkregen, werden minder ziek dan de dieren die de druppels kregen. De resultaten van onze studie wijzen erop dat een aerosolen toediening leidt tot een goed model voor milde ziekte, terwijl de druppel toediening leidt tot ziekte die meer lijkt op een ernstiger ziektebeeld in mensen. Mogelijk is de ernst van het ziektebeeld een direct gevolg van hoe diep de virusdeeltjes terecht komen in de longen. Hoe dit precies komt is nog onduidelijk. Vervolgonderzoek moet hierover uitsluitsel geven.

Meer weten of dit onderzoek? Dat kan. Het is te lezen in het vakblad Viruses