West Nijl-virus nog nooit zo dichtbij

08 Jan 2019 | Terug naar Nieuws, publicaties en jaarverslagen
Dutch

Muggen in januari, in Nederland, het moet niet gekker worden. Toch veroorzaken steekmuggen momenteel overlast in verschillende gebieden van ons land. En dat betekent opletten geblazen! Misschien zelfs voor het West Nijl-virus.

In dit artikel verklaart muggendeskundige Arnold van Vliet de toename van het aantal muggen in deze periode van het jaar. Hij roept de bevolking daarbij ook op om de mate van overlast te melden op muggenradar.nl. "We willen graag weten waar en wanneer steekmuggen actief zijn. Dat is belangrijk, omdat ze het West Nijl-virus kunnen overdragen.”

Van Vliet vertelt dat dit virus nog niet in Nederland is opgedoken, maar al wel bij twee uilen in een dierenpark bij Berlijn. “Het virus is nooit eerder zo noordelijk gezien." In dit artikel stelt de muggendeskundige zelfs dat het een kwestie van tijd is voordat we de eerste besmetting van het West-Nijlvirus in Nederland krijgen. "Het kan nog tien tot twintig jaar duren, maar het kan ook volgend jaar al zijn. Als we straks een extreem warme zomer krijgen, dan hebben we hier in Nederland de ideale omstandigheden voor het virus om zich te ontwikkelen."

Niet te onderschatten infectieziekte

Het West Nijl-virus (WNV) is in Nederland een nog relatief onbekend fenomeen, maar BPRC doet al jaren onderzoek naar deze niet te onderschatten infectieziekte. Net als het dengue virus een zogenaamd arbovirus, overgedragen door muggen. Lees hier hoe de reis van WNV verloopt en wat we als mens merken van deze infectieziekte. “Je kunt er flink ziek van worden”, vertelt Ernst Verschoor, afdelingshoofd moleculaire virologie bij BPRC. “Zeker onder de kwetsbare groepen, zoals ouderen, kunnen in hogere mate serieuze ziekteverschijnselen optreden, zoals hersenvliesontsteking.”

Ernst kijkt er niet van op dat andere deskundigen de huidige muggenoverlast linken aan het WNV. “Feit is dat het aantal WNV-gevallen in 2018 enorm is toegenomen vergeleken met de jaren ervoor. In de EU zijn afgelopen jaar ongeveer 1.500 gevallen genoteerd, voornamelijk in Zuid- en Oost-Europa. Dat zijn er meer dan in de zeven jaar ervoor bij elkaar. En uiteindelijk kunnen mensen eraan overlijden, in de EU afgelopen jaar 181 mensen.”

Vaccin ontwikkelen zeker mogelijk

De genoemde aantallen vormen volgens Ernst waarschijnlijk het topje van de ijsberg. “Het virus kan leiden tot de West-Nijl-koorts. Dat overkomt ongeveer tien procent van de gevallen. Veel mensen denken dat ze een griepje hebben opgelopen, en dan hoef je niet meteen naar het ziekenhuis. Je wordt pas echt geregistreerd met het WNV als je, bijvoorbeeld, in een ziekenhuis moet worden opgenomen. In de meeste gevallen verdwijnt het virus ook weer uit het lichaam, net als bij griep.”

WNV is een acute infectie waarvoor nog geen geneesmiddelen of vaccins op de markt zijn. “Alweer een jaar of vijf geleden zijn wij betrokken geweest bij een onderzoek naar WNV”, blikt Ernst terug. “Toen hebben we een WNV-vaccin in apen getest en dat bleek goed te werken! Alle apen waren beschermd tegen infectie, maar er is geen follow-up geweest. Een geldkwestie vanuit de markt. Zeker vijf à zes jaar geleden waren er in Europa nog maar een paar gevallen van WNV opgedoken en bij zulke lage aantallen staat de industrie niet meteen te trappelen om veel geld te steken in vaccinontwikkeling. En dan blijft het op de plank liggen.”

Maar het is dus zeker mogelijk een vaccin te ontwikkelen. Ernst kan zich voorstellen dat het fors toegenomen aantal gerapporteerde infecties in de EU (en omringende landen) binnen de industrie leidt tot meer interesse voor verder onderzoek naar een werkbaar vaccin tegen WNV-infectie. “Laten we het hopen.”

Usutu virus

Ondertussen werken Ernst en zijn collega’s van de afdeling moleculaire virologie hard door aan verschillende onderzoeken die te maken hebben met door muggen overdraagbare virussen. Zoals het, bij het grote publiek nog onbekende, Usutu virus. “Dit virus laat zich door dezelfde muggen verspreiden als het WNV en is een grote doodsoorzaak onder merels, ook in Nederland. Dit virus is nauw verwant aan het WNV en heeft een zekere potentie om zich te ontwikkelen tot een ziekteverwekker bij mensen. De kennis die we met dit onderzoek opdoen is ook nuttig voor ons WNV-werk, en andersom. Wat we nu weten van WVN-vaccinontwikkeling kunnen we mogelijk weer gebruiken, als daar vraag naar is, voor het ontwikkelen van een vaccin voor het Usutu virus. Die kennis komt dus altijd van pas bij het bestrijden van ernstige infectieziektes!”